Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 489

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-09-2003.
  1. Aan de verdachte die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd wanneer

    1. het openbaar ministerie een voorwaarde wil stellen als bedoeld in artikel 77f, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafrecht en deze meer zal bedragen dat twintig uren;

    2. het openbaar ministerie een voorwaarde wil stellen als bedoeld in artikel 74, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en het bedrag dat daarmee is gemoeid het bedrag van € 115 overschrijdt of

    3. tegen hem een vervolging is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank kennis neemt.

  2. Aan de veroordeelde die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd, indien de veroordeelde, gelet op de aard van een krachtens de artikelen 77u of 77ee, eerste lid, in verband met artikel 14i, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, af te nemen verhoor, diens bijstand behoeft.

  3. De toevoeging geschiedt door of op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.

  4. Het openbaar ministerie geeft aan de voorzitter van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, onverwijld schriftelijk kennis van de verplichting tot toevoeging ingevolge het eerste of van een verhoor als bedoeld in het tweede lid.

  5. De artikelen 42, eerste en tweede lid, 43, eerste lid, en 44 blijven buiten toepassing.

Annotaties

Publiek
“Voor het ophouden voor onderzoek kan elke daartoe geschikte plaats worden aangewezen.”
Dit betekent o.a. dat een minderjarige verdachte thuis kan worden opgehouden voor onderzoek.
01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-08-2011 Historisch 01-08-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-02-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-11-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-06-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-12-2007 Historisch 04-07-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-11-2005 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 15-06-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-10-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-07-2003 Historisch 01-06-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 04-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-07-2002 Historisch 01-05-2002 Historisch 08-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 08-03-2002.

Tekst van deze versie

  1. Aan de verdachte die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd wanneer

    1. het openbaar ministerie een voorwaarde wil stellen als bedoeld in artikel 77f, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafrecht en deze meer zal bedragen dat twintig uren;

    2. het openbaar ministerie een voorwaarde wil stellen als bedoeld in artikel 74, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht en het bedrag dat daarmee is gemoeid het bedrag van € 115 overschrijdt of

    3. tegen hem een vervolging is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank kennis neemt.

  2. Aan de veroordeelde die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd, indien de veroordeelde, gelet op de aard van een krachtens de artikelen 77u of 77ee, eerste lid, in verband met artikel 14i, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, af te nemen verhoor, diens bijstand behoeft.

  3. De toevoeging geschiedt door of op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.

  4. Het openbaar ministerie geeft aan de voorzitter van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, onverwijld schriftelijk kennis van de verplichting tot toevoeging ingevolge het eerste of van een verhoor als bedoeld in het tweede lid.

  5. De artikelen 42, eerste en tweede lid, 43, eerste lid, en 44 blijven buiten toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering