-
Aan de verdachte die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd wanneer
de officier van justitie in een strafbeschikking een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht wil opleggen en deze meer dan twintig uren zal belopen;
de officier van justitie een strafbeschikking wil uitvaardigen en het bedrag dat daarmee is gemoeid het bedrag van € 115 overschrijdt of
tegen hem een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt.
-
Aan de veroordeelde die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd, indien de veroordeelde, gelet op de aard van een krachtens de artikelen 77u of 77ee, eerste lid, in verband met artikel 14i, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, af te nemen verhoor, diens bijstand behoeft.
-
De toevoeging geschiedt door of op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.
-
Het openbaar ministerie geeft aan de voorzitter van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, onverwijld schriftelijk kennis van de verplichting tot toevoeging ingevolge het eerste of van een verhoor als bedoeld in het tweede lid.
-
De artikelen 42, eerste en tweede lid, 43, eerste lid, en 44 blijven buiten toepassing.
Inhoud
Artikel 489
Annotaties
Tekst van deze versie
-
Aan de verdachte die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd wanneer
de officier van justitie in een strafbeschikking een taakstraf als bedoeld in artikel 77f, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht wil opleggen en deze meer dan twintig uren zal belopen;
de officier van justitie een strafbeschikking wil uitvaardigen en het bedrag dat daarmee is gemoeid het bedrag van € 115 overschrijdt of
tegen hem een vervolging, anders dan door een strafbeschikking, is aangevangen wegens een feit waarvan in eerste aanleg de rechtbank, niet zijnde de kantonrechter, kennis neemt.
-
Aan de veroordeelde die geen raadsman heeft, wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd, indien de veroordeelde, gelet op de aard van een krachtens de artikelen 77u of 77ee, eerste lid, in verband met artikel 14i, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht, af te nemen verhoor, diens bijstand behoeft.
-
De toevoeging geschiedt door of op last van de voorzitter van de rechtbank, onderscheidenlijk, wanneer hoger beroep is ingesteld tegen het eindvonnis in eerste aanleg, door de voorzitter van het gerechtshof.
-
Het openbaar ministerie geeft aan de voorzitter van de rechtbank, dan wel van het gerechtshof, onverwijld schriftelijk kennis van de verplichting tot toevoeging ingevolge het eerste of van een verhoor als bedoeld in het tweede lid.
-
De artikelen 42, eerste en tweede lid, 43, eerste lid, en 44 blijven buiten toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 6.1.10 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 3
- Artikel 6.1.5 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 2; oud lid 2; lid 1