Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 52 (Staandehouding)

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-01-2007.

Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd den verdachte naar zijn naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en woon- of verblijfplaats te vragen en hem daartoe staande te houden.

Annotaties

Publiek
Voor een staandehouding is dus een verdachte nodig (zie artikel 27 Sv). Dit wordt nog wel eens verward met een identiteitsbewijs ter inzage vorderen op grond van artikel 8 Pw. Dat betreft dus geen staandehouding. Wel als men geen identiteitsbewijs toont na vordering, dan is men - daarmee - verdachte geworden van artikel 447e Sr.

Bij het uitschrijven van een "bekeuring" (aankondiging van beschikking) op basis van de WAHV (Wet Mulder) voor bijvoorbeeld geen fietsverlichting, is er ook geen sprake van een staandehouding omdat men betrokkene is, geen verdachte.
01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-08-2011 Historisch 01-08-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-02-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-11-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-06-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-12-2007 Historisch 04-07-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-11-2005 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 15-06-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-10-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-07-2003 Historisch 01-06-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 04-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-07-2002 Historisch 01-05-2002 Historisch 08-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 08-03-2002.

Tekst van deze versie

Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd den verdachte naar zijn naam, voornamen, geboortedatum, geboorteplaats, adres waarop hij als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens staat ingeschreven en woon- of verblijfplaats te vragen en hem daartoe staande te houden.

Dit artikel geeft aan dat de opsporingsambtenaar de bevoegdheid heeft om de identiteit van een verdachte vast te stellen. Dit betekent dat een politieagent of andere opsporingsambtenaar iemand kan vragen om zijn of haar identiteit te tonen en deze kan controleren.

Doel: Het doel is om snel en effectief te kunnen vaststellen wie iemand is tijdens een opsporingsonderzoek. Dit helpt bij het voorkomen van misverstanden en zorgt ervoor dat het onderzoek gericht kan worden voortgezet.

Voorwaarden: De opsporingsambtenaar mag de verdachte staande houden om de identiteit vast te stellen. Dit houdt in dat de verdachte niet zomaar mag weglopen, maar even moet blijven staan zodat de controle kan plaatsvinden.

Toepassing in de praktijk: In de praktijk betekent dit dat een agent iemand kan aanspreken op straat, vragen om een legitimatiebewijs te tonen en de gegevens kan controleren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij verdenking van een strafbaar feit of om te voorkomen dat iemand zich aan het onderzoek onttrekt.

Alternatief

De politie kan ook op basis van bijvoorbeeld artikel 8 Politiewet een identiteitsbewijs ter inzage vorderen van iemand die nog geen verdachte is. Het moet danwel nodig zijn voor de uitvoering van de politietaak.

De samenvatting is een samengevatte en vereenvoudigde tekst. Die kan fouten bevatten. Je kan via de functies in de social-sectie reageren als dit niet goed of volledig is. Dan passen we dat aan.
1 verwijzing(en)
Hoge Raad | 07-01-2014 | 21-03-2025
Bron: rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering