Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en hem daartoe staande te houden.
Inhoud
Artikel 52 (Staandehouding)
Annotaties
Bij het uitschrijven van een "bekeuring" (aankondiging van beschikking) op basis van de WAHV (Wet Mulder) voor bijvoorbeeld geen fietsverlichting, is er ook geen sprake van een staandehouding omdat men betrokkene is, geen verdachte.
Tekst van deze versie
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd de identiteit van de verdachte vast te stellen op de wijze, bedoeld in artikel 27a, eerste lid, eerste volzin, en hem daartoe staande te houden.
Dit artikel geeft aan dat de opsporingsambtenaar de bevoegdheid heeft om de identiteit van een verdachte vast te stellen. Dit betekent dat een politieagent of andere opsporingsambtenaar iemand kan vragen om zijn of haar identiteit te tonen en deze kan controleren.
Doel: Het doel is om snel en effectief te kunnen vaststellen wie iemand is tijdens een opsporingsonderzoek. Dit helpt bij het voorkomen van misverstanden en zorgt ervoor dat het onderzoek gericht kan worden voortgezet.
Voorwaarden: De opsporingsambtenaar mag de verdachte staande houden om de identiteit vast te stellen. Dit houdt in dat de verdachte niet zomaar mag weglopen, maar even moet blijven staan zodat de controle kan plaatsvinden.
Toepassing in de praktijk: In de praktijk betekent dit dat een agent iemand kan aanspreken op straat, vragen om een legitimatiebewijs te tonen en de gegevens kan controleren. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij verdenking van een strafbaar feit of om te voorkomen dat iemand zich aan het onderzoek onttrekt.
AlternatiefDe politie kan ook op basis van bijvoorbeeld artikel 8 Politiewet een identiteitsbewijs ter inzage vorderen van iemand die nog geen verdachte is. Het moet danwel nodig zijn voor de uitvoering van de politietaak.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.5.3 Nieuw Wetboek van Strafvordering (Staandehouding) oud lid 2; lid 1