Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 537

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2025.
  1. In de gevallen waarin een vordering tot tenuitvoerlegging, als bedoeld in artikel 6:6:20, eerste lid, of artikel 6:6:21, eerste lid, wordt afgewezen of het openbaar ministerie in zijn vordering niet ontvankelijk wordt verklaard, kan de rechter die als laatste over de vordering heeft geoordeeld op verzoek van de veroordeelde hem een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming die voorafgaand aan de beslissing op de vordering is ondergaan.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in de gevallen dat het gerechtshof in beroep de beslissing tot tenuitvoerlegging van de rechter of de rechter-commissaris vernietigt, of indien de zaak eindigt zonder oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel bedoeld in artikel 38v, van het Wetboek van Strafrecht.

  3. Indien de rechtbank een bezwaarschrift tegen de beslissing tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gegrond heeft geacht of de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen vanwege het niet naleven van de algemene voorwaarde, maar de zaak betreffende het nieuwe strafbare feit eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, kan de rechtbank op verzoek van de veroordeelde een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming ondergaan uit hoofde van artikel 6:2:13b.

  4. De artikelen 533, eerste lid, tweede volzin, tweede lid, en zesde lid, 534 en 536 zijn van overeenkomstige toepassing.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch 01-10-2012 Historisch 01-09-2012 Historisch 01-07-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-04-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 01-08-2011 Historisch 01-08-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 02-07-2011 Historisch 01-07-2011 Historisch 01-02-2011 Historisch 01-01-2011 Historisch 01-11-2010 Historisch 10-10-2010 Historisch 01-10-2010 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 01-01-2010 Historisch 01-07-2009 Historisch 01-06-2009 Historisch 01-04-2009 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-01-2009 Historisch 01-09-2008 Historisch 01-07-2008 Historisch 09-05-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 01-02-2008 Historisch 01-01-2008 Historisch 01-12-2007 Historisch 04-07-2007 Historisch 01-07-2007 Historisch 01-06-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-02-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-11-2006 Historisch 01-09-2006 Historisch 01-04-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-01-2006 Historisch 01-11-2005 Historisch 15-10-2005 Historisch 01-10-2005 Historisch 01-08-2005 Historisch 01-07-2005 Historisch 15-06-2005 Historisch 01-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 01-10-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-07-2004 Historisch 01-06-2004 Historisch 19-05-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 01-02-2004 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-07-2003 Historisch 01-06-2003 Historisch 01-01-2003 Historisch 01-10-2002 Historisch 04-09-2002 Historisch 08-08-2002 Historisch 12-07-2002 Historisch 01-07-2002 Historisch 01-05-2002 Historisch 08-03-2002 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-07-2021.

Tekst van deze versie

  1. In de gevallen waarin een vordering tot tenuitvoerlegging, als bedoeld in artikel 6:6:20, eerste lid, of artikel 6:6:21, eerste lid, wordt afgewezen of het openbaar ministerie in zijn vordering niet ontvankelijk wordt verklaard, kan de rechter die als laatste over de vordering heeft geoordeeld op verzoek van de veroordeelde hem een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming die voorafgaand aan de beslissing op de vordering is ondergaan.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing in de gevallen dat het gerechtshof in beroep de beslissing tot tenuitvoerlegging van de rechter of de rechter-commissaris vernietigt, of indien de zaak eindigt zonder oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel bedoeld in artikel 38v, van het Wetboek van Strafrecht.

  3. Indien de rechtbank een bezwaarschrift tegen de beslissing tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling gegrond heeft geacht of de voorwaardelijke invrijheidstelling is herroepen vanwege het niet naleven van de algemene voorwaarde, maar de zaak betreffende het nieuwe strafbare feit eindigt zonder oplegging van straf of maatregel, kan de rechtbank op verzoek van de veroordeelde een vergoeding ten laste van de staat toekennen voor de schade die hij heeft geleden ten gevolge van vrijheidsbeneming ondergaan uit hoofde van artikel 6:2:13b.

  4. De artikelen 533, eerste lid, tweede volzin, tweede lid, en zesde lid, 534 en 536 zijn van overeenkomstige toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering