-
De bij of krachtens artikel 141 aangewezen ambtenaren alsmede bepaalde door Onze Minister van Justitie aangewezen categorieën van andere personen, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn bevoegd een staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding te onderzoeken, alsmede voorwerpen die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken, een en ander voor zover zulks noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit.
-
De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, oefenen de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid, alleen dan in het openbaar uit, indien dit redelijkerwijs noodzakelijk is om wegmaking of beschadiging van voorwerpen waaruit de identiteit van die verdachte zou kunnen blijken,te voorkomen.
-
Van de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lid, maken zij proces-verbaal op, dat aan de officier van justitie ter beschikking wordt gesteld.
Inhoud
Artikel 55b (Identiteitsfouillering)
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-10-2010.
Deze versie geldt vanaf 01-10-2010.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
19-12-2020
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
01-10-2012
Historisch
01-09-2012
Historisch
01-07-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-04-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
01-08-2011
Historisch
01-08-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
02-07-2011
Historisch
01-07-2011
Historisch
01-02-2011
Historisch
01-01-2011
Historisch
01-11-2010
Historisch
10-10-2010
Historisch
01-10-2010
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
01-01-2010
Historisch
01-07-2009
Historisch
01-06-2009
Historisch
01-04-2009
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-01-2009
Historisch
01-09-2008
Historisch
01-07-2008
Historisch
09-05-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
01-02-2008
Historisch
01-01-2008
Historisch
01-12-2007
Historisch
04-07-2007
Historisch
01-07-2007
Historisch
01-06-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-02-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-11-2006
Historisch
01-09-2006
Historisch
01-04-2006
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-01-2006
Historisch
01-11-2005
Historisch
15-10-2005
Historisch
01-10-2005
Historisch
01-08-2005
Historisch
01-07-2005
Historisch
15-06-2005
Historisch
01-02-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
01-10-2004
Historisch
01-09-2004
Historisch
01-07-2004
Historisch
01-06-2004
Historisch
19-05-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
01-02-2004
Historisch
01-09-2003
Historisch
01-07-2003
Historisch
01-06-2003
Historisch
01-01-2003
Historisch
01-10-2002
Historisch
04-09-2002
Historisch
08-08-2002
Historisch
12-07-2002
Historisch
01-07-2002
Historisch
01-05-2002
Historisch
08-03-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 25-03-2009
Tekst van deze versie
- De bij of krachtens artikel 141 aangewezen ambtenaren alsmede bepaalde door Onze Minister van Justitie aangewezen categorieën van andere personen, belast met de opsporing van strafbare feiten, zijn bevoegd met het oog op de vaststelling van de identiteit van deeen staande gehouden of aangehouden verdachte aan zijn kleding te vragenonderzoeken, naaralsmede diensvoorwerpen burgerservicenummer.die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken, een en ander voor zover zulks noodzakelijk is voor de vaststelling van zijn identiteit.
- De ambtenarenambtenaren, bedoeld in het eerste lidlid, zijnoefenen voortsde bevoegdbevoegdheden, eenbedoeld staandein gehoudenhet ofeerste aangehoudenlid, verdachtealleen aandan zijnin kledinghet teopenbaar onderzoeken,uit, alsmedeindien voorwerpendit die hij bij zich draagt of met zich mee voert te onderzoeken, een en ander voor zover zulksredelijkerwijs noodzakelijk is voorom wegmaking of beschadiging van voorwerpen waaruit de vaststellingidentiteit van zijndie identiteit.verdachte zou kunnen blijken,te voorkomen.
- Zij oefenenVan de bevoegdhedenuitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het tweede lidlid, alleenmaken danzij inproces-verbaal hetop, openbaardat uit,aan indiende dit redelijkerwijs noodzakelijk is om wegmaking of beschadigingofficier van voorwerpenjustitie waaruitter debeschikking identiteitwordt van die verdachte zou kunnen blijken,te voorkomen.gesteld.
2 verwijzing(en)
Hoge Raad
|
05-07-2016
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Hoge Raad
|
31-05-2011
|
22-03-2025
Bron:
rechtspraak.nl | expliciete verwijzing
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.1.10 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 3
- Artikel 2.6.6 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; lid 1; oud lid 2; lid 1
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.