-
Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van:
een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 285, eerste lid, 285b, 318, 321, 323a, 326, 326a, 326c, 395, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht;
een der misdrijven omschreven in: artikel 175, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994; artikel 30, tweede lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag; de artikelen 52, 53, eerste lid en 54 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst; artikel 31 van de Wet op de kansspelen; artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet; artikel 55, tweede lid, van de Wet wapens en munitie; artikel 46 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
-
Het bevel kan voorts worden gegeven indien geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland van de verdachte kan worden vastgesteld en hij verdacht wordt van een misdrijf waarvan de rechtbanken kennis nemen en waarop, naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld.
-
De voorgaande leden van dit artikel vinden alleen toepassing wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte.
Inhoud
Artikel 67 (VH-feiten)
Annotaties
Tekst van deze versie
-
Een bevel tot voorlopige hechtenis kan worden gegeven in geval van verdenking van:
een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld;
een der misdrijven omschreven in de artikelen 132, 285, eerste lid, 285b, 318, 321, 323a, 326, 326a, 326c, 395, 417bis en 420quater van het Wetboek van Strafrecht;
een der misdrijven omschreven in: artikel 175, tweede lid, onderdeel b, van de Wegenverkeerswet 1994; artikel 30, tweede lid, van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag; de artikelen 52, 53, eerste lid en 54 van de Wet gewetensbezwaren militaire dienst; artikel 31 van de Wet op de kansspelen; artikel 11, tweede lid, van de Opiumwet; artikel 55, tweede lid, van de Wet wapens en munitie; artikel 46 van de Wet toezicht effectenverkeer 1995.
-
Het bevel kan voorts worden gegeven indien geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland van de verdachte kan worden vastgesteld en hij verdacht wordt van een misdrijf waarvan de rechtbanken kennis nemen en waarop, naar de wettelijke omschrijving gevangenisstraf is gesteld.
-
De voorgaande leden van dit artikel vinden alleen toepassing wanneer uit feiten of omstandigheden blijkt van ernstige bezwaren tegen de verdachte.
Dit artikel regelt wanneer een rechter kan besluiten om iemand tijdelijk vast te houden tijdens een strafrechtelijk onderzoek. Het gaat om situaties waarin iemand wordt verdacht van ernstige misdrijven, zoals bepaalde zware delicten die in de wet zijn genoemd, of als iemand geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft.
DoelHet doel van het bevel tot voorlopige hechtenis is om te voorkomen dat een verdachte zich aan het onderzoek onttrekt, bewijsmateriaal beïnvloedt of opnieuw strafbare feiten pleegt.
Voorwaarden- Er moet sprake zijn van verdenking van een ernstig misdrijf, meestal met een mogelijke gevangenisstraf van vier jaar of meer.
- In sommige gevallen, zoals bij terroristische misdrijven, is het bevel mogelijk zonder dat er ernstige bezwaren zijn.
- Als de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, kan het bevel ook worden gegeven.
In de praktijk vraagt het openbaar ministerie aan de rechter om een bevel tot voorlopige hechtenis als er sterke aanwijzingen zijn tegen een verdachte. De rechter beoordeelt of aan de voorwaarden is voldaan. Soms kan een verdachte ook voor korte periodes worden vastgehouden zonder dat er ernstige bezwaren zijn, bijvoorbeeld bij bepaalde misdrijven, maar dit is beperkt in tijd.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.1.8 Nieuw Wetboek van Strafvordering (Gelijkstelling met vierjaarsfeiten) oud lid 1; oud lid 1, oud onderdeel b; onderdeel a; oud lid 1, oud onderdeel c; onderdeel b; oud lid 2; onderdeel b
- Artikel 2.5.26 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1, oud onderdeel a; lid 1; oud lid 2; lid 2
- Artikel 2.5.29 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 3; lid 1; oud lid 4; lid 2