Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 6:1:18

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-07-2022.
  1. De proeftijd van een voorwaarde bij een veroordeling waarbij de rechter heeft bepaald dat een door hem opgelegde straf geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, begint op de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden danwel op de dag van de uitspraak indien de rechter dadelijke uitvoerbaarheid beveelt. Indien de veroordeelde en het openbaar ministerie voor de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden aangeven af te zien van aanwending van een rechtsmiddel, gaat de proeftijd in op de vijftiende dag nadat de uitspraak is gedaan.

  2. De proeftijd van een voorwaarde bij een voorwaardelijke invrijheidstelling gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De proeftijd is gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, maar bedraagt ten minste een jaar. Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter de proeftijd met ten hoogste twee jaren verlengen. Indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde, bedoeld in artikel 38z, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het Wetboek van Strafrecht, wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen of indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is, kan de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, de proeftijd telkens met ten hoogste twee jaren verlengen.

  3. De in het eerste en tweede lid bedoelde proeftijden lopen niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De proeftijd van een voorwaarde bij een veroordeling waarbij de rechter heeft bepaald dat een door hem opgelegde straf geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, begint op de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden danwel op de dag van de uitspraak indien de rechter dadelijke uitvoerbaarheid beveelt. Indien de veroordeelde en het openbaar ministerie voor de dag dat het vonnis of arrest onherroepelijk is geworden aangeven af te zien van aanwending van een rechtsmiddel, gaat de proeftijd in op de vijftiende dag nadat de uitspraak is gedaan.

  2. De proeftijd van een voorwaarde bij een voorwaardelijke invrijheidstelling gaat in op de dag van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De proeftijd is gelijk aan de periode waarover voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend, maar bedraagt ten minste een jaar. Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter de proeftijd met ten hoogste twee jaren verlengen. Indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde, bedoeld in artikel 38z, eerste lid, aanhef en onder b en c, van het Wetboek van Strafrecht, wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen of indien dit ter voorkoming van ernstig belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen noodzakelijk is, kan de rechter, op vordering van het openbaar ministerie, de proeftijd telkens met ten hoogste twee jaren verlengen.

  3. De in het eerste en tweede lid bedoelde proeftijden lopen niet gedurende de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering