Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 6:2:1

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 15-05-2025.
  1. De opneming van een persoon tegen wie een bevel tot vrijheidsbeneming of een veroordelend vonnis of arrest ten uitvoer wordt gelegd, in een daartoe bestemde inrichting of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1.1 van de Wet forensische zorg danwel artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen geschiedt op grond van:

    1. hetzij het bevel tot aanhouding, inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis,

    2. hetzij het veroordelend vonnis of arrest of een uittreksel daarvan,

    3. hetzij de last tot tenuitvoerlegging van Onze Minister.

  2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder c, doet de ambtenaar, die de last heeft gegeven, het bevel tot voorlopige hechtenis of inverzekeringstelling of, ingeval van tenuitvoerlegging van vrijheidsstraf, het veroordelend vonnis of arrest of een uittreksel daarvan ten spoedigste toekomen aan het hoofd of de directeur van de in het eerste lid bedoelde inrichting of instelling.

  3. In geval van tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, opgelegd bij een mondeling vonnis, geschiedt de in het eerste lid bedoelde opneming op grond van:

    1. hetzij het proces-verbaal van de terechtzitting, dan wel een afschrift daarvan of uittreksel daaruit;

    2. hetzij het aan de kopie van de dagvaarding of de oproeping gehechte stuk, dan wel een afschrift daarvan, houdende aantekening van het mondelinge vonnis;

    3. hetzij de last tot tenuitvoerlegging van Onze Minister, dan wel een afschrift daarvan.

  4. In het geval, bedoeld in het derde lid, onder c, doet de ambtenaar die de last heeft gegeven, hetzij het proces-verbaal van de terechtzitting, dan wel een afschrift daarvan of uittreksel daaruit, hetzij het aan de kopie van de dagvaarding of oproeping gehechte stuk, dan wel een afschrift daarvan, houdende aantekening van het mondelinge vonnis, ten spoedigste toekomen aan het hoofd of de directeur van de inrichting of instelling.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De opneming van een persoon tegen wie een bevel tot vrijheidsbeneming of een veroordelend vonnis of arrest ten uitvoer wordt gelegd, in een daartoe bestemde inrichting of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Penitentiaire beginselenwet, artikel 1.1 van de Wet forensische zorg danwel artikel 1 van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen geschiedt op grond van:

    1. hetzij het bevel tot aanhouding, inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis,

    2. hetzij het veroordelend vonnis of arrest of een uittreksel daarvan,

    3. hetzij de last tot tenuitvoerlegging van Onze Minister.

  2. In het geval, bedoeld in het eerste lid, onder c, doet de ambtenaar, die de last heeft gegeven, het bevel tot voorlopige hechtenis of inverzekeringstelling of, ingeval van tenuitvoerlegging van vrijheidsstraf, het veroordelend vonnis of arrest of een uittreksel daarvan ten spoedigste toekomen aan het hoofd of de directeur van de in het eerste lid bedoelde inrichting of instelling.

  3. In geval van tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf, opgelegd bij een mondeling vonnis, geschiedt de in het eerste lid bedoelde opneming op grond van:

    1. hetzij het proces-verbaal van de terechtzitting, dan wel een afschrift daarvan of uittreksel daaruit;

    2. hetzij het aan de kopie van de dagvaarding of de oproeping gehechte stuk, dan wel een afschrift daarvan, houdende aantekening van het mondelinge vonnis;

    3. hetzij de last tot tenuitvoerlegging van Onze Minister, dan wel een afschrift daarvan.

  4. In het geval, bedoeld in het derde lid, onder c, doet de ambtenaar die de last heeft gegeven, hetzij het proces-verbaal van de terechtzitting, dan wel een afschrift daarvan of uittreksel daaruit, hetzij het aan de kopie van de dagvaarding of oproeping gehechte stuk, dan wel een afschrift daarvan, houdende aantekening van het mondelinge vonnis, ten spoedigste toekomen aan het hoofd of de directeur van de inrichting of instelling.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering