-
Voorwaardelijke invrijheidstelling kan geheel of gedeeltelijk worden herroepen indien:
er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
de veroordeelde een bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
-
De voorwaardelijke invrijheidstelling kan ook worden herroepen indien het gedrag van de veroordeelde, bedoeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan in de periode dat de proeftijd niet loopt op grond van artikel 6:1:18, derde lid.
-
De voorwaardelijke invrijheidstelling kan voorts worden herroepen indien de veroordeelde niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000.
-
Het openbaar ministerie ziet slechts af van de herroeping, indien naar zijn oordeel met het wijzigen van de voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan.
Inhoud
Artikel 6:2:13a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2021.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2021.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
19-12-2020
Historisch
25-07-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 25-07-2020
Tekst van deze versie
-
DezeVoorwaardelijke titelinvrijheidstelling iskan nietgeheel vanof toepassinggedeeltelijk opworden eenherroepen persoon ten aanzien van wie recht is gedaan overeenkomstig de artikelen 77g tot en met 77gg van het Wetboek van Strafrecht.indien:
- er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat de veroordeelde de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- de veroordeelde een bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.
- De voorwaardelijke invrijheidstelling kan ook worden herroepen indien het gedrag van de veroordeelde, bedoeld in het eerste lid, zich heeft voorgedaan in de periode dat de proeftijd niet loopt op grond van artikel 6:1:18, derde lid.
- De voorwaardelijke invrijheidstelling kan voorts worden herroepen indien de veroordeelde niet langer rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e of l, van de Vreemdelingenwet 2000.
- Het openbaar ministerie ziet slechts af van de herroeping, indien naar zijn oordeel met het wijzigen van de voorwaarden of met een waarschuwing kan worden volstaan.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.