Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 6:2:5

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 19-12-2020.
  1. De invrijheidstelling geschiedt door de directeur van de inrichting:

    1. op de laatste dag van de straftijd;

    2. zodra de geldigheid van het bevel tot vrijheidsbeneming ophoudt;

    3. op bevel tot invrijheidstelling van Onze Minister.

  2. Behoudens het bepaalde in het vierde lid vindt de invrijheidstelling in alle gevallen uiterlijk plaats op het ogenblik waarop de straftijd verstrijkt.

  3. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt, in gevallen waarin ten aanzien van een gedeelte van de straf door de rechter is bepaald dat deze geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, met dat gedeelte alleen rekening gehouden voor zover de tenuitvoerlegging daarvan door de rechter is gelast.

  4. Invrijheidstelling geschiedt binnen drie uur na het tijdstip waarop het bevel van Onze Minister tot invrijheidstelling de directeur van de inrichting heeft bereikt. Indien de verdachte of veroordeelde op dat tijdstip nog niet in de penitentiaire inrichting is teruggekeerd, begint de termijn van drie uur te lopen vanaf het moment van terugkeer in de penitentiaire inrichting.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2020.

Tekst van deze versie

  1. De invrijheidstelling geschiedt door de directeur van de inrichting:

    1. op de laatste dag van de straftijd;

    2. zodra de geldigheid van het bevel tot vrijheidsbeneming ophoudt;

    3. op bevel tot invrijheidstelling van Onze Minister.

  2. Behoudens het bepaalde in het vierde lid vindt de invrijheidstelling in alle gevallen uiterlijk plaats op het ogenblik waarop de straftijd verstrijkt.

  3. Voor de toepassing van het eerste en het tweede lid wordt, in gevallen waarin ten aanzien van een gedeelte van de straf door de rechter is bepaald dat deze geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, met dat gedeelte alleen rekening gehouden voor zover de tenuitvoerlegging daarvan door de rechter is gelast.

  4. Invrijheidstelling geschiedt binnen drie uur na het tijdstip waarop het bevel van Onze Minister tot invrijheidstelling de directeur van de inrichting heeft bereikt. Indien de verdachte of veroordeelde op dat tijdstip nog niet in de penitentiaire inrichting is teruggekeerd, begint de termijn van drie uur te lopen vanaf het moment van terugkeer in de penitentiaire inrichting.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering