Wetboek van Strafvordering

Inhoud

Artikel 6:6:10b

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-10-2022.
  1. De rechter kan in afwijking van artikel 6:2:17, eerste lid, ten aanzien van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege beëindigen onder de voorwaarde dat de vreemdeling Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert.

  2. De terbeschikkingstelling herleeft, indien de vreemdeling de voorwaarde niet naar Nederland terug te keren, bedoeld in het eerste lid en artikel 6:2:18, derde lid, niet naleeft. In dat geval kan de rechter een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege geven. De termijn van de terbeschikkingstelling begint te lopen op het tijdstip waarop de vreemdeling is aangehouden. Indien tussen de datum van uitzetting van de veroordeelde en de datum van indiening van de vordering door het openbaar ministerie een periode van drie jaar of meer is gelegen, is artikel 37a, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.

  3. De terbeschikkingstelling die op grond van het tweede lid is herleefd, eindigt van rechtswege indien de officier van justitie een vordering als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend en de rechter deze heeft afgewezen.

01-07-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-05-2025 Historisch 04-02-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-10-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-03-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-07-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 09-11-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 07-05-2021 Historisch 01-05-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 19-12-2020 Historisch 25-07-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 25-07-2020.

Tekst van deze versie

  1. De rechter kan in afwijking van artikel 6:2:17, eerste lid, ten aanzien van een vreemdeling die geen rechtmatig verblijf heeft in Nederland in de zin van artikel 8, onder a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000, de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege beëindigen onder de voorwaarde dat de vreemdeling Nederland verlaat en niet naar Nederland terugkeert.

  2. De terbeschikkingstelling herleeft, indien de vreemdeling de voorwaarde niet naar Nederland terug te keren, bedoeld in het eerste lid en artikel 6:2:18, derde lid, niet naleeft. In dat geval kan de rechter een last tot hervatting van de verpleging van overheidswege geven. De termijn van de terbeschikkingstelling begint te lopen op het tijdstip waarop de vreemdeling is aangehouden. Indien tussen de datum van uitzetting van de veroordeelde en de datum van indiening van de vordering door het openbaar ministerie een periode van drie jaar of meer is gelegen, is artikel 37a, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht van overeenkomstige toepassing.

  3. De terbeschikkingstelling die op grond van het tweede lid is herleefd, eindigt van rechtswege indien de officier van justitie een vordering als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend en de rechter deze heeft afgewezen.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wetboek van Strafvordering