-
Het openbaar ministerie, de ter beschikking gestelde en degene die is geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders kunnen binnen veertien dagen na de beslissing van de rechter beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen:
de beslissing ter zake van verlenging van de terbeschikkingstelling;
de beslissing ter zake van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;
de beslissing ter zake van hervatting van de verpleging van overheidswege;
het bevel dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd;
de beslissing ter zake van voortzetting of beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
-
Indien de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is toegewezen, doch artikel 6:6:13, vijfde lid, is toegepast, kan tegen de beslissing ter zake van verlenging slechts gelijktijdig met de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege beroep worden ingesteld.
-
De artikelen 409, eerste lid, 410, 449, eerste lid, 450 tot en met 454, 455, eerste lid, en 6:6:3, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 6:6:15
Tekst van deze versie
-
Het openbaar ministerie, de ter beschikking gestelde en degene die is geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders kunnen binnen veertien dagen na de beslissing van de rechter beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden tegen:
de beslissing ter zake van verlenging van de terbeschikkingstelling;
de beslissing ter zake van voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege;
de beslissing ter zake van hervatting van de verpleging van overheidswege;
het bevel dat de ter beschikking gestelde alsnog van overheidswege wordt verpleegd;
de beslissing ter zake van voortzetting of beëindiging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.
-
Indien de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling is toegewezen, doch artikel 6:6:13, vijfde lid, is toegepast, kan tegen de beslissing ter zake van verlenging slechts gelijktijdig met de beslissing omtrent de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege beroep worden ingesteld.
-
De artikelen 409, eerste lid, 410, 449, eerste lid, 450 tot en met 454, 455, eerste lid, en 6:6:3, derde en vierde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.