-
Indien op grond van het Wetboek van Strafrecht of dit wetboek een proeftijd is verbonden aan een opgelegde straf of maatregel, of de tenuitvoerlegging daarvan, kan de rechter:
de proeftijd verkorten of verlengen;
gedurende de proeftijd of gedurende de tijd dat deze is geschorst in de gestelde bijzondere voorwaarden of in de termijn waartoe deze voorwaarden in haar werking binnen de proeftijd zijn beperkt wijziging brengen, deze voorwaarden opheffen of alsnog bijzondere voorwaarden stellen;
de opdracht aan een reclasseringsinstelling om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden geven, alsnog geven, wijzigen of opheffen.
-
De verlenging van de proeftijd, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt bij voorwaarden bij een veroordeling tot een straf of maatregel waarvan de rechter heeft bepaald dat deze geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, ten hoogste de termijn die maximaal aan de proeftijd kan worden verbonden en ten hoogste eenmaal één jaar indien de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen zijn toegepast.
-
Het eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing op de looptijd van voorwaarden gesteld bij een terbeschikkingstelling onder voorwaarden en een terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging van bevel tot verpleging.
Inhoud
Artikel 6:6:19
Tekst van deze versie
-
Indien op grond van het Wetboek van Strafrecht of dit wetboek een proeftijd is verbonden aan een opgelegde straf of maatregel, of de tenuitvoerlegging daarvan, kan de rechter:
de proeftijd verkorten of verlengen;
gedurende de proeftijd of gedurende de tijd dat deze is geschorst in de gestelde bijzondere voorwaarden of in de termijn waartoe deze voorwaarden in haar werking binnen de proeftijd zijn beperkt wijziging brengen, deze voorwaarden opheffen of alsnog bijzondere voorwaarden stellen;
de opdracht aan een reclasseringsinstelling om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden geven, alsnog geven, wijzigen of opheffen.
-
De verlenging van de proeftijd, bedoeld in het eerste lid, onder a, bedraagt bij voorwaarden bij een veroordeling tot een straf of maatregel waarvan de rechter heeft bepaald dat deze geheel of gedeeltelijk niet zal worden tenuitvoergelegd, ten hoogste de termijn die maximaal aan de proeftijd kan worden verbonden en ten hoogste eenmaal één jaar indien de bijzondere bepalingen voor jeugdige personen zijn toegepast.
-
Het eerste lid, onder b en c, is van overeenkomstige toepassing op de looptijd van voorwaarden gesteld bij een terbeschikkingstelling onder voorwaarden en een terbeschikkingstelling met voorwaardelijke beëindiging van bevel tot verpleging.
Nog geen automatische verwijzingen.