-
Indien het gerecht de vordering van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 6:6:8 toewijst, bepaalt hij, indien de voorwaardelijke invrijheidstelling met een bepaalde termijn wordt uitgesteld, de periode waarvoor uitstel wordt verleend.
-
Indien het gerecht de vordering geheel of gedeeltelijk afwijst, bepaalt hij op welk tijdstip de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid zal worden gesteld.
-
Het gerecht kan in zijn beslissing over de vordering adviseren omtrent aan de voorwaardelijke invrijheidstelling te verbinden bijzondere voorwaarden.
Inhoud
Artikel 6:6:9
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-05-2021.
Deze versie geldt vanaf 01-05-2021.
01-07-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-05-2025
Historisch
04-02-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-10-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-03-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-07-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
09-11-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
07-05-2021
Historisch
01-05-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
19-12-2020
Historisch
25-07-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Tekst van deze versie
-
Indien het gerecht de vordering van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 6:6:8 toewijst, bepaalt hij, indien de voorwaardelijke invrijheidstelling met een bepaalde termijn wordt uitgesteld, de periode waarvoor uitstel wordt verleend.
-
Indien het gerecht de vordering geheel of gedeeltelijk afwijst, bepaalt hij op welk tijdstip de veroordeelde voorwaardelijk in vrijheid zal worden gesteld.
-
Het gerecht kan in zijn beslissing over de vordering adviseren omtrent aan de voorwaardelijke invrijheidstelling te verbinden bijzondere voorwaarden.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.