-
De opsporingsambtenaar die de verdachte staande houdt of aanhoudt, kan de voor inbeslagneming vatbare voorwerpen die de verdachte met zich voert, in beslag nemen.
-
Met betrekking tot het onderzoek aan of in het lichaam of het onderzoek aan de kleding van de aangehouden verdachte geldt artikel 56.
Inhoud
Artikel 95 (Inbeslagnamebevoegdheid bij staandehouding of aanhouding)
Annotaties
Tekst van deze versie
-
De opsporingsambtenaar die de verdachte staande houdt of aanhoudt, kan de voor inbeslagneming vatbare voorwerpen die de verdachte met zich voert, in beslag nemen.
-
Met betrekking tot het onderzoek aan of in het lichaam of het onderzoek aan de kleding van de aangehouden verdachte geldt artikel 56.
Dit artikel gaat over de bevoegdheid van opsporingsambtenaren om bepaalde voorwerpen in beslag te nemen bij een verdachte die zij staande houden of aanhouden.
Wat betekent dit? Als een opsporingsambtenaar iemand aanhoudt of staande houdt, mag hij de voorwerpen die de verdachte bij zich heeft en die in beslag genomen mogen worden, meenemen. Dit kan bijvoorbeeld gaan om wapens, drugs of andere bewijsstukken.
Belangrijk hierbij is:
- De ambtenaar moet de verdachte daadwerkelijk staande houden of aanhouden.
- De voorwerpen moeten vatbaar zijn voor inbeslagneming, dus ze moeten relevant zijn voor het onderzoek of het strafbare feit.
- Het in beslag nemen gebeurt met het oogmerk om bewijs veilig te stellen of het onderzoek te ondersteunen.
Daarnaast verwijst het artikel naar artikel 56 voor regels over het onderzoek aan het lichaam of de kleding van de verdachte. Dit betekent dat er extra voorwaarden en beperkingen gelden als het gaat om lichamelijk onderzoek.
Samengevat: dit artikel geeft de opsporingsambtenaar de bevoegdheid om bewijs veilig te stellen door voorwerpen van een verdachte in beslag te nemen, maar altijd binnen de grenzen van de wet en met respect voor de rechten van de verdachte.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.6.6 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2; lid 1
- Artikel 2.7.7 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1