-
In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, is de opsporingsambtenaar bevoegd de daarvoor vatbare voorwerpen in beslag te nemen en daartoe elke plaats te betreden.
-
De opsporingsambtenaar kan, in afwachting van de komst van de rechter of ambtenaar die bevoegd is ter inbeslagneming de plaats te doorzoeken, de maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om wegmaking, onbruikbaarmaking, onklaarmaking of beschadiging van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te voorkomen. Deze maatregelen kunnen de vrijheid van personen die zich ter plaatse bevinden beperken.
Inhoud
Artikel 96 (Inbeslagname- en bevriezingsbevoegdheid)
Annotaties
Tekst van deze versie
-
In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, is de opsporingsambtenaar bevoegd de daarvoor vatbare voorwerpen in beslag te nemen en daartoe elke plaats te betreden.
-
De opsporingsambtenaar kan, in afwachting van de komst van de rechter of ambtenaar die bevoegd is ter inbeslagneming de plaats te doorzoeken, de maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om wegmaking, onbruikbaarmaking, onklaarmaking of beschadiging van voor inbeslagneming vatbare voorwerpen te voorkomen. Deze maatregelen kunnen de vrijheid van personen die zich ter plaatse bevinden beperken.
Dit artikel gaat over de bevoegdheden van opsporingsambtenaren wanneer zij een strafbaar feit ontdekken terwijl het gebeurt (heterdaad) of wanneer zij een redelijk vermoeden hebben van een bepaald misdrijf. In zo'n situatie mogen zij voorwerpen die belangrijk kunnen zijn voor het onderzoek in beslag nemen. Dit betekent dat ze deze voorwerpen tijdelijk mogen meenemen om bewijs veilig te stellen.
Daarnaast mogen opsporingsambtenaren elke plaats betreden waar deze voorwerpen zich bevinden. Dit is om te voorkomen dat bewijs verloren gaat, beschadigd raakt of onbruikbaar wordt gemaakt. Ze mogen dus ook maatregelen nemen om dit te voorkomen, zelfs voordat een rechter of een andere bevoegde ambtenaar arriveert om officieel beslag te leggen.
Belangrijk is dat deze maatregelen kunnen inhouden dat de vrijheid van personen op die plaats tijdelijk wordt beperkt. Dit gebeurt alleen als dat redelijkerwijs nodig is om het bewijs veilig te stellen.
De normatieve elementen zijn dat de opsporingsambtenaar handelt bij ontdekking op heterdaad of bij een gegronde verdenking van een misdrijf zoals genoemd in artikel 67, eerste lid. De handelingen moeten gericht zijn op het veiligstellen van bewijs en mogen niet verder gaan dan wat redelijkerwijs nodig is.
Toekomstige opvolger(s)
- Artikel 2.7.10 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1; onderdeel a; oud lid 2; onderdeel b
- Artikel 2.7.3 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 2; lid 1, onderdeel c
- Artikel 2.7.8 Nieuw Wetboek van Strafvordering oud lid 1