De aanvraag tot het verlenen van:
een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14, tot het verlengen van de geldigheidsduur of tot het wijzigen ervan;
een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20,
wordt, in afwijking van artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijke vertegenwoordiger.