Vreemdelingenwet 2000 Actueel

Inhoud

Paragraaf 2

Procedurele bepalingen

Artikel 36

  1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 wordt, in afwijking van artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, ingediend door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger.

  2. Overeenkomstig artikel 19 van de Procedureverordening en artikel 21 van de Asiel- en migratiebeheerverordening worden bij regeling van Onze Minister regels gesteld over:

    1. de erkenning of toelating van juridisch adviseurs of andere counselors die de vreemdeling tijdens de behandeling van de aanvraag om een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 kosteloze juridische counseling verstrekken, bijstaan of vertegenwoordigen;

    2. de accreditatie van niet-gouvernementele organisaties die deze vreemdeling juridische diensten of vertegenwoordiging bieden; en

    3. de procedurele regels voor de indiening en behandeling van verzoeken om kosteloze juridische counseling en wettelijke vertegenwoordiging, waaronder regels over het uitsluiten of beperken daarvan.

Artikel 37

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden ter uitvoering van de Procedureverordening en de Asiel- en migratiebeheerverordening regels gesteld omtrent:

  1. de wijze van indiening en behandeling van een aanvraag;

  2. de procedure voor de behandeling van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien dat noodzakelijk is ter uitvoering van de Procedureverordening of de Asiel- en migratiebeheerverordening;

  3. de wijze waarop beschikkingen bij of krachtens deze wet ten aanzien van de vreemdeling gegeven, alsmede de bij of krachtens deze wet voorgeschreven kennisgevingen, mededelingen of berichten aan de vreemdeling of aan andere belanghebbenden worden bekendgemaakt. Daarbij kan worden bepaald, dat de bekendmaking van beschikkingen ook kan geschieden door middel van het toezenden of uitreiken van een document en door het stellen van aantekeningen in een daarbij aan te wijzen document.

Artikel 38

  1. Indien de vreemdeling in de gelegenheid wordt gesteld zich omtrent de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning of het verlengen van de geldigheidsduur ervan te doen horen, wordt de vreemdeling gehoord in een taal waaraan de vreemdeling de voorkeur geeft, tenzij er een andere taal kan worden gebruikt die hij begrijpt en waarin hij helder kan communiceren.

  2. Bij of direct na de indiening van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning wijst Onze Minister de vreemdeling erop dat hij elementen en bevindingen aannemelijk moet maken die hetzij op zichzelf, hetzij in verband met andere elementen en bevindingen, een rechtsgrond voor de verlening of verlenging van de vergunning vormen. Daarbij wordt hij erop gewezen dat hij daartoe verklaringen moet afleggen en alle bewijsmiddelen waarover hij beschikt of redelijkerwijs de beschikking kan krijgen moet overleggen.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.

Artikel 39

De artikelen 4:7 en 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28.

Artikel 41

  1. Indien Onze Minister voornemens is de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29 of 29a, in te trekken, wordt de vreemdeling hiervan overeenkomstig artikel 66, eerste lid, van de Procedureverordening onder opgave van redenen schriftelijk in kennis gesteld.

  2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien Onze Minister voornemens is de verblijfsvergunning asiel, bedoeld in de artikelen 29b, 29c of 29d, in te trekken.

  3. De kennisgeving kan eveneens betrekking hebben op het voornemen om niet ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 te verlenen dan wel op het voornemen om de uitzetting of overdracht niet op grond van artikel 64 achterwege te laten. Het schriftelijke voornemen wordt aan de vreemdeling medegedeeld door uitreiking of toezending ervan. De op het voornemen tot intrekking betrekking hebbende stukken worden bij de schriftelijke mededeling gevoegd, voor zover de vreemdeling geen kennis kan hebben van de inhoud van deze stukken.

  4. De vreemdeling brengt zijn zienswijze in afwijking van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht schriftelijk naar voren binnen de door Onze Minister bepaalde redelijke termijn.

  5. Indien Onze Minister, na ontvangst van de zienswijze van de vreemdeling, voornemens blijft de verblijfsvergunning asiel in te trekken, dan wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld zich te doen horen.

  6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de termijn, bedoeld in het vierde lid, alsmede de toepassing van de voorgaande leden.

← terug naar Vreemdelingenwet 2000