-
De rechtbank doet binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak, indien:
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28:
- 1°
niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30;
- 2°
niet-ontvankelijk is verklaard op grond van artikel 30a;
- 3°
is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van artikel 30b;
- 4°
buiten behandeling is gesteld op grond van artikel 30c; of
- 1°
het beroep zich richt tegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 62b.
-
In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen twaalf weken, dan wel zestien weken indien artikel 67, elfde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, gerekend vanaf de datum van registratie van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien de aanvraag is behandeld in de asielgrensprocedure. Deze termijn kan niet worden verlengd.
-
In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen drieëntwintig weken na het instellen van het beroep, indien:
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.
-
In de gevallen, bedoeld in het eerste en derde lid, is artikel 8:52, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Inhoud
Artikel 83b
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
IndienDe de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 is afgewezen binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal dagen, dat niet de dagen van de rust- en voorbereidingstermijn omvat,rechtbank doet de rechtbank binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak.uitspraak, indien:
Indien de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijdasiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen in andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, doet de rechtbank binnen drieëntwintig weken na het instellen van het beroep uitspraak.28:
- In1°niet afwijkingin behandeling is genomen op grond van hetartikel tweede lid doet de rechtbank binnen vier weken na het instellen van het beroep uitspraak, indien de aanvraag:30;
- niet in behandeling2°niet-ontvankelijk is genomenverklaard op grond van artikel 30;30a;
- niet-ontvankelijk3°is isafgewezen verklaardals kennelijk ongegrond op grond van artikel 30a;30b;
- 4°buiten behandeling is afgewezen als kennelijk ongegrondgesteld op grond van artikel 30b;30c; of
- ishet afgewezenberoep metzich toepassingricht vantegen een overdrachtsbesluit als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb, onder verwijzing naar een besluit waarin met toepassing van de Dublinverordening is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag; of62b.
- buitenIn behandelingafwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen twaalf weken, dan wel zestien weken indien artikel 67, elfde lid van de Asiel- en migratiebeheerverordening van toepassing is, gerekend vanaf de datum van registratie van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28, indien de aanvraag is gesteldbehandeld opin grondde vanasielgrensprocedure. artikelDeze 30c.termijn kan niet worden verlengd.
-
In afwijking van het eerste lid, doet de rechtbank uitspraak binnen drieëntwintig weken na het instellen van het beroep, indien:
- de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingewilligd op grond van artikel 29a;
- de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is afgewezen als ongegrond op grond van artikel 31; of
- de verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 is ingetrokken op grond van artikel 32.
-
In de gevallen, bedoeld in het eerste en derde lid, is artikel 8:52, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing.
Nog geen automatische verwijzingen.