Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 28

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Onze Minister is bevoegd:

    1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel in te willigen, af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen;

    2. een verblijfsvergunning asiel in te trekken;

    3. ambtshalve een verblijfsvergunning asiel te verlenen aan:

      1. het gezinslid van een vreemdeling die de vluchtelingenstatus heeft, die voldoet aan de in artikel 29c gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf;

      2. het gezinslid van een vreemdeling die de subsidiairebeschermingsstatus heeft, die voldoet aan de in artikel 29d gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf; of

      3. de langdurig ingezetene, afkomstig uit een andere EU-lidstaat en in het bezit van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 14, indien de verantwoordelijkheid voor de afgifte van het reisdocument bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Paspoortwet, aan de vreemdeling, is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen van 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).

  2. De verblijfsvergunning die ambtshalve wordt verleend in de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, subonderdelen 1° en 2°, wordt verleend binnen twee weken nadat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf zich overeenkomstig artikel 54, eerste lid, onderdeel e, heeft aangemeld.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch 01-01-2015 Historisch 01-11-2014 Historisch 01-04-2014 Historisch 29-03-2014 Historisch 22-03-2014 Historisch 01-03-2014 Historisch 01-01-2014 Historisch 21-09-2013 Historisch 01-07-2013 Historisch 01-06-2013 Historisch 09-03-2013 Historisch 01-01-2013 Historisch 07-07-2012 Historisch 01-01-2012 Historisch 31-12-2011 Historisch 01-09-2010 Historisch 01-07-2010 Historisch 01-04-2010 Historisch 25-03-2009 Historisch 01-05-2008 Historisch 25-04-2008 Historisch 26-03-2008 Historisch 19-12-2007 Historisch 01-09-2007 Historisch 09-05-2007 Historisch 01-03-2007 Historisch 01-01-2007 Historisch 01-12-2006 Historisch 11-10-2006 Historisch 15-03-2006 Historisch 01-02-2006 Historisch 01-03-2005 Historisch 15-02-2005 Historisch 01-01-2005 Historisch 15-09-2004 Historisch 01-09-2004 Historisch 01-05-2004 Historisch 23-12-2003 Historisch 01-09-2003 Historisch 01-01-2002 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 20-07-2015

Tekst van deze versie

  1. Onze Minister is bevoegd:

    1. de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijdasiel in te willigen, af te wijzen, niet in behandeling te nemen, niet-ontvankelijk te verklaren dan wel buiten behandeling te stellen;
    2. deeen aanvraagverblijfsvergunning tot het verlengen van de geldigheidsduur ervanasiel in te willigen, af te wijzen dan wel niet in behandeling te nemen;trekken;
    3. ambtshalve een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd inasiel te trekken;verlenen aan:

      1. ambtshalve1°het gezinslid van een verblijfsvergunningvreemdeling voordie bepaaldede tijdvluchtelingenstatus teheeft, verlenendie voldoet aan de in artikel 29c gestelde voorwaarden en die houder is van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf die voldoet aan de in artikel 29, tweede lid, gestelde voorwaarden;verblijf;
      2. ambtshalve2°het gezinslid van een verblijfsvergunningvreemdeling voordie bepaaldede tijdsubsidiairebeschermingsstatus teheeft, verlenendie voldoet aan de langdurigin ingezetene,artikel afkomstig29d uitgestelde een andere EU-lidstaatvoorwaarden en indie hethouder bezitis van een verblijfsvergunninggeldige als bedoeld in artikel 14, indien de verantwoordelijkheid voor de afgifte van het reisdocument bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de Paspoortwet, aan de vreemdeling, is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekkingmachtiging tot vluchtelingenvoorlopig vanverblijf; 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).of
      3. De3°de langdurig ingezetene, afkomstig uit een andere EU-lidstaat en in het bezit van een verblijfsvergunning voorals bepaaldebedoeld tijdin wordtartikel verleend14, indien de verantwoordelijkheid voor tende hoogste vijf achtereenvolgende jaren. Bij algemene maatregelafgifte van bestuurhet kunnenreisdocument debedoeld gevallenin wordenartikel aangewezen2, waarineerste delid, verblijfsvergunningonder voor minder dan vijf achtereenvolgende jaren wordt verleend. Daarbij kunnen regels worden gesteld over de geldigheidsduurd, van de verblijfsvergunningPaspoortwet, en overaan de verlengingvreemdeling, ervan.is overgedragen aan Nederland op grond van de Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen van 16 oktober 1980 (Trb. 1981, 239).
  2. De verblijfsvergunning die ambtshalve wordt verleend in de situatiesituatie, bedoeld in het eerste lid, onderonderdeel d,c, subonderdelen 1° en 2°, wordt verleend binnen twee weken nadat de houder van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf zich overeenkomstig artikel 54, eerste lid, onderonderdeel e, heeft aangemeld.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000