Vreemdelingenwet 2000

Inhoud

Artikel 30b

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Onze Minister kan een ongegronde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 overeenkomstig artikel 39, vierde lid, van de Procedureverordening afwijzen als kennelijk ongegrond, indien op het tijdstip van afronding van de behandeling een van de gevallen bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de Procedureverordening van toepassing is.

  2. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 afwijzen als kennelijk ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor internationale bescherming op grond van de Kwalificatieverordening, overeenkomstig:

    1. artikel 40, vierde lid, van de Procedureverordening in de fase waarin de aanvraag expliciet wordt ingetrokken; of

    2. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de Procedureverordening op het ogenblik waarop de aanvraag impliciet wordt ingetrokken.

  3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van dit artikel.

12-06-2026 Huidig 28-02-2026 Historisch 01-01-2026 Historisch 09-07-2025 Historisch 01-07-2025 Historisch 15-04-2025 Historisch 28-03-2025 Historisch 25-07-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 29-11-2023 Historisch 01-10-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 20-02-2021 Historisch 25-05-2018 Historisch 01-05-2018 Historisch 16-12-2017 Historisch 01-10-2017 Historisch 01-07-2017 Historisch 01-01-2017 Historisch 20-07-2015 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 20-07-2015

Tekst van deze versie

  1. EenOnze Minister kan een ongegronde aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijdasiel als bedoeld in artikel 28 kan worden afgewezen als kennelijk ongegrond in de zin vanovereenkomstig artikel 32,39, tweedevierde lid, van de Procedurerichtlijn,Procedureverordening indien:afwijzen als kennelijk ongegrond, indien op het tijdstip van afronding van de behandeling een van de gevallen bedoeld in artikel 42, eerste en derde lid, van de Procedureverordening van toepassing is.
  2. Onze Minister kan een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel als bedoeld in artikel 28 afwijzen als kennelijk ongegrond, indien reeds is vastgesteld dat de vreemdeling bij de indiening van zijn aanvraag en de toelichting van de feiten alleen aangelegenheden aan de orde heeft gesteld die niet ter zake doen met betrekking tot de vraag of hij in aanmerking komt voor verleninginternationale bescherming op grond van eende verblijfsvergunningKwalificatieverordening, voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28;overeenkomstig:

    1. deartikel vreemdeling40, afkomstigvierde is uit een veilig landlid, van herkomstde Procedureverordening in de zinfase vanwaarin de artikelenaanvraag 36expliciet enwordt 37ingetrokken; van de Procedurerichtlijn;of
    2. artikel 41, eerste en vijfde lid, van de vreemdeling Onze Minister heeft misleid door omtrent zijn identiteit of nationaliteit valse informatie of documenten te verstrekken of door relevante informatie of documenten die een negatieve invloedProcedureverordening op het ogenblik waarop de beslissingaanvraag haddenimpliciet kunnenwordt hebben, achter te houden;ingetrokken.
  3. de vreemdeling waarschijnlijk, te kwader trouw, een identiteits-Bij of reisdocumentkrachtens datalgemene ertoemaatregel konvan bijdragenbestuur datkunnen zijnnadere identiteitregels ofworden nationaliteitgesteld werdover vastgesteld,de heefttoepassing vernietigdvan ofdit zich daarvan heeft ontdaan;artikel.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Vreemdelingenwet 2000