-
De rechtbank houdt bij de beoordeling van het beroep rekening met:
feiten en omstandigheden die na het bestreden besluit zijn aangevoerd, en
wijzigingen van beleid die na het bestreden besluit zijn bekendgemaakt.
-
Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt slechts rekening gehouden indien deze relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting op grond van artikel 64.
-
Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt geen rekening gehouden voor zover de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
-
Indien de indiener van het beroepschrift zich beroept op feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maar deze niet aanstonds aannemelijk maakt, stelt de rechtbank hem zo nodig in de gelegenheid deze feiten of omstandigheden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alsnog aannemelijk te maken, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
-
Onze Minister laat de wederpartij en de rechtbank zo spoedig mogelijk schriftelijk weten of de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit. De rechtbank kan daarvoor een termijn stellen.
-
Indien Onze Minister zich beroept op gegevens als bedoeld in het eerste lid, biedt de rechtbank de vreemdeling de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren.
-
Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing indien:
aan een schriftelijke reactie redelijkerwijs geen behoefte bestaat;
deze gegevens niet relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting op grond van artikel 64;
de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
Inhoud
Artikel 83
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-07-2010.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2010.
12-06-2026
Huidig
28-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
09-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-04-2025
Historisch
28-03-2025
Historisch
25-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
29-11-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
20-02-2021
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-05-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
20-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-11-2014
Historisch
01-04-2014
Historisch
29-03-2014
Historisch
22-03-2014
Historisch
01-03-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
21-09-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-06-2013
Historisch
09-03-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
07-07-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
31-12-2011
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-05-2008
Historisch
25-04-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
19-12-2007
Historisch
01-09-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-12-2006
Historisch
11-10-2006
Historisch
15-03-2006
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-03-2005
Historisch
15-02-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
15-09-2004
Historisch
01-09-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
23-12-2003
Historisch
01-09-2003
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-09-2003
Tekst van deze versie
-
De rechtbank houdt bij de beoordeling van het beroep rekening met feiten en omstandigheden die na het nemen van het bestreden besluit zijn opgekomen, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.met:
- Met feiten en omstandigheden,omstandigheden bedoelddie inna het eerstebestreden lid, wordt alleen rekening gehouden indien deze relevant kunnenbesluit zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28aangevoerd, en 33, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14.
- De rechtbank verzoekt Onze Minister om zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de wederpartij en de rechtbank te laten weten of de ingeroepen feiten en omstandigheden aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekkingwijzigingen van beleid die na het bestreden besluit.besluit zijn bekendgemaakt.
- Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt slechts rekening gehouden indien deze relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting op grond van artikel 64.
- Met de in het eerste lid bedoelde gegevens wordt geen rekening gehouden voor zover de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
- Indien de indiener van het beroepschrift zich beroept op feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maar deze niet aanstonds aannemelijk maakt, stelt de rechtbank hem zo nodig in de gelegenheid deze feiten of omstandigheden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alsnog aannemelijk te maken, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
- Onze Minister laat de wederpartij en de rechtbank zo spoedig mogelijk schriftelijk weten of de gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanleiding zijn voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit. De rechtbank kan daarvoor een termijn stellen.
- Indien Onze Minister zich beroept op gegevens als bedoeld in het eerste lid, biedt de rechtbank de vreemdeling de gelegenheid om daarop schriftelijk te reageren.
-
Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing indien:
- aan een schriftelijke reactie redelijkerwijs geen behoefte bestaat;
- deze gegevens niet relevant kunnen zijn voor de beschikking omtrent de verblijfsvergunning, bedoeld in de artikelen 28 en 33, of omtrent de ambtshalve verlening van een vergunning als bedoeld in artikel 14, dan wel het achterwege laten van de uitzetting op grond van artikel 64;
- de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.