-
Uiterlijk op de achtentwintigste dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59, stelt Onze Minister de rechtbank hiervan in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
-
De rechtbank bepaalt onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting. De zitting vindt uiterlijk op de veertiende dag na ontvangst van het beroepschrift dan wel de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon of bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
-
De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
-
Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met deze wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
Inhoud
Artikel 94
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-09-2004.
Deze versie geldt vanaf 01-09-2004.
12-06-2026
Huidig
28-02-2026
Historisch
01-01-2026
Historisch
09-07-2025
Historisch
01-07-2025
Historisch
15-04-2025
Historisch
28-03-2025
Historisch
25-07-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
29-11-2023
Historisch
01-10-2023
Historisch
01-10-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-07-2021
Historisch
20-02-2021
Historisch
25-05-2018
Historisch
01-05-2018
Historisch
16-12-2017
Historisch
01-10-2017
Historisch
01-07-2017
Historisch
01-01-2017
Historisch
20-07-2015
Historisch
01-01-2015
Historisch
01-11-2014
Historisch
01-04-2014
Historisch
29-03-2014
Historisch
22-03-2014
Historisch
01-03-2014
Historisch
01-01-2014
Historisch
21-09-2013
Historisch
01-07-2013
Historisch
01-06-2013
Historisch
09-03-2013
Historisch
01-01-2013
Historisch
07-07-2012
Historisch
01-01-2012
Historisch
31-12-2011
Historisch
01-09-2010
Historisch
01-07-2010
Historisch
01-04-2010
Historisch
25-03-2009
Historisch
01-05-2008
Historisch
25-04-2008
Historisch
26-03-2008
Historisch
19-12-2007
Historisch
01-09-2007
Historisch
09-05-2007
Historisch
01-03-2007
Historisch
01-01-2007
Historisch
01-12-2006
Historisch
11-10-2006
Historisch
15-03-2006
Historisch
01-02-2006
Historisch
01-03-2005
Historisch
15-02-2005
Historisch
01-01-2005
Historisch
15-09-2004
Historisch
01-09-2004
Historisch
01-05-2004
Historisch
23-12-2003
Historisch
01-09-2003
Historisch
01-01-2002
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-09-2003
Tekst van deze versie
- Uiterlijk op de derdeachtentwintigste dag na de bekendmaking van een besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel als bedoeld in de artikelen 6, 58 en 59, stelt Onze Minister de rechtbank hiervan in kennis, tenzij de vreemdeling voordien zelf beroep heeft ingesteld. Zodra de rechtbank de kennisgeving heeft ontvangen wordt de vreemdeling geacht beroep te hebben ingesteld tegen het besluit tot oplegging van een vrijheidsontnemende maatregel. Het beroep strekt tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
- De rechtbank bepaalt onmiddellijk het tijdstip van het onderzoek ter zitting. De zitting vindt uiterlijk op de zevendeveertiende dag na ontvangst van het beroepschrift dan wel de kennisgeving plaats. De rechtbank roept de vreemdeling op om in persoon dan wel in persoon of bij raadsman en Onze Minister om bij gemachtigde te verschijnen teneinde te worden gehoord. In afwijking van artikel 8:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
-
De rechtbank doet mondeling of schriftelijk uitspraak. De schriftelijke uitspraak wordt binnen zeven dagen na de sluiting van het onderzoek gedaan. In afwijking van artikel 8:66, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan de in dat artikel bedoelde termijn niet worden verlengd.
-
Indien de rechtbank bij het beroep van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel in strijd is met deze wet dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond. In dat geval beveelt de rechtbank de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.