-
Onze Minister stelt jaarlijks de bekostiging voor een school vast.
-
De bekostiging voor een school bestaat uit een bedrag per school en een bedrag per leerling.
-
Het bedrag per school kan in ieder geval verschillend worden vastgesteld voor speciale scholen voor basisonderwijs en voor scholen van verschillende grootte.
-
Onze Minister kan extra bekostiging toekennen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin, de voorwaarden waaronder en het bedrag dat aan extra bekostiging kan worden toegekend. In ieder geval wordt extra bekostiging toegekend:
aan kleine basisscholen;
aan basisscholen met een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs;
aan basisscholen voor de groei van het aantal leerlingen gedurende het schooljaar;
voor de omstandigheid dat onderwijs wordt gegeven op een of meer nevenvestigingen van een school;
voor de bestrijding van onderwijsachterstanden.
-
Onze Minister stelt de hoogte van de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, en de bekostiging, bedoeld in artikel 121, zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoefte van een in normale omstandigheden verkerende school.
-
Bij ministeriële regeling worden jaarlijks de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, vastgesteld, worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt berekend en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan.
-
De bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van de vaststelling.
-
Indien met toepassing van artikel 84a een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging als school voor bekostiging in aanmerking is gebracht, wordt een bedrag in mindering gebracht op de bekostiging van het overblijvende deel van de school bedoeld in artikel 84a, vierde lid, onderdeel b. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de berekening van het bedrag.
-
Bij de vaststelling of tussentijdse aanpassing van de bedragen, bedoeld in het eerste en vijfde lid, worden de loonontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van ’s Rijks financiën zich daartegen verzet.
-
Voor de kosten, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen e, f, g, h, j en k, wordt jaarlijks voor 1 oktober eenmalig de prijsontwikkeling verwerkt in de bedragen, bedoeld in het eerste en vijfde lid. De prijsontwikkeling geldt voor het jaar volgend op het jaar waarin de vaststelling plaatsvindt.
-
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de berekening van de prijsontwikkeling, bedoeld in het tiende lid. In ieder geval worden de bedragen aangepast op basis van de ramingen van het Centraal planbureau overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële overheidsconsumptie.
Inhoud
Artikel 116
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-04-2022.
Deze versie geldt vanaf 01-04-2022.
12-06-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-08-2025
Historisch
13-06-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-08-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
13-06-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
11-10-2023
Historisch
01-08-2023
Historisch
09-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-08-2022
Historisch
14-07-2022
Historisch
08-07-2022
Historisch
01-04-2022
Historisch
01-01-2022
Historisch
01-10-2021
Historisch
01-08-2021
Historisch
01-07-2021
Historisch
01-02-2021
Historisch
01-01-2021
Historisch
01-07-2020
Historisch
01-04-2020
Historisch
01-01-2020
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-04-2020
Tekst van deze versie
- IndienOnze bijzondereMinister ontwikkelingenstelt injaarlijks het basisonderwijs daartoe aanleiding geven, kunnen bij ministeriële regeling voorschriften worden vastgesteld omtrent het verstrekken van aanvullendede bekostiging voor deeen materiëleschool instandhouding.vast.
- Indien bijzondere bekostiging op grond van artikel 123 wordt toegekend, kan Onze Minister bepalen dat, voor de periode waarvoor die bijzondere bekostiging wordt toegekend, tevens aanvullendeDe bekostiging voor deeen materiëleschool instandhoudingbestaat wordtuit toegekend.een Bijbedrag ministeriëleper regelingschool kunnenen nadereeen regelsbedrag wordenper gesteld.leerling.
- OnzeHet Ministerbedrag per school kan in verbandieder metgeval deverschillend inworden hetvastgesteld eerstevoor lidspeciale scholen voor basisonderwijs en hetvoor tweedescholen lidvan bedoeldeverschillende bekostiging een bekostigingsplafond instellen. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels omtrent de verdeling vastgesteld.grootte.
-
Onze Minister kan extra bekostiging toekennen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de gevallen waarin, de voorwaarden waaronder en het bedrag dat aan extra bekostiging kan worden toegekend. In ieder geval wordt extra bekostiging toegekend:
- aan kleine basisscholen;
- aan basisscholen met een afdeling voor internationaal georiënteerd basisonderwijs;
- aan basisscholen voor de groei van het aantal leerlingen gedurende het schooljaar;
- voor de omstandigheid dat onderwijs wordt gegeven op een of meer nevenvestigingen van een school;
- voor de bestrijding van onderwijsachterstanden.
- Onze Minister stelt de hoogte van de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, en de bekostiging, bedoeld in artikel 121, zodanig vast dat zij voldoet aan de redelijke behoefte van een in normale omstandigheden verkerende school.
- Bij ministeriële regeling worden jaarlijks de bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, vastgesteld, worden nadere regels gesteld over de wijze waarop de hoogte van de bekostiging wordt berekend en worden regels gesteld over de termijnen van de betaling daarvan.
- De bedragen, bedoeld in het tweede en vierde lid, gelden voor het kalenderjaar volgend op het tijdstip van de vaststelling.
- Indien met toepassing van artikel 84a een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging als school voor bekostiging in aanmerking is gebracht, wordt een bedrag in mindering gebracht op de bekostiging van het overblijvende deel van de school bedoeld in artikel 84a, vierde lid, onderdeel b. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de berekening van het bedrag.
- Bij de vaststelling of tussentijdse aanpassing van de bedragen, bedoeld in het eerste en vijfde lid, worden de loonontwikkelingen verwerkt, tenzij de toestand van ’s Rijks financiën zich daartegen verzet.
- Voor de kosten, bedoeld in artikel 115, tweede lid, onderdelen e, f, g, h, j en k, wordt jaarlijks voor 1 oktober eenmalig de prijsontwikkeling verwerkt in de bedragen, bedoeld in het eerste en vijfde lid. De prijsontwikkeling geldt voor het jaar volgend op het jaar waarin de vaststelling plaatsvindt.
- Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de berekening van de prijsontwikkeling, bedoeld in het tiende lid. In ieder geval worden de bedragen aangepast op basis van de ramingen van het Centraal planbureau overeenkomstig de prijsmutatie van de netto materiële overheidsconsumptie.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.