Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 202

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Aan degene die de bevoegdheid tot het geven van onderwijs krachtens artikel 4 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1984, 2) voor 17 april 1982 heeft verloren en deze bevoegdheid niet voordien onvoorwaardelijk is teruggegeven, is deze bevoegdheid alsnog teruggegeven op 17 april 1987.

  2. Aan degene die de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, vijf jaar of minder voor 17 april 1987 krachtens de in het eerste lid bedoelde bepalingen heeft verloren en deze bevoegdheid niet voordien onvoorwaardelijk is teruggegeven, is deze bevoegdheid vijf jaar na het verlies daarvan alsnog teruggegeven.

  3. Onze Minister kan in bijzondere gevallen de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, die krachtens de in het eerste lid bedoelde bepalingen is verloren en voor 17 april 1987 niet is teruggegeven, al dan niet onder voorwaarden, op schriftelijk verzoek van de betrokkene alsnog teruggeven. Deze voorwaarden vervallen vijf jaar na het verlies van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-04-2022.

Tekst van deze versie

  1. Aan degene die de bevoegdheid tot het geven van onderwijs krachtens artikel 4 van de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1984, 2) voor 17 april 1982 heeft verloren en deze bevoegdheid niet voordien onvoorwaardelijk is teruggegeven, is deze bevoegdheid alsnog teruggegeven op 17 april 1987.

  2. Aan degene die de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, vijf jaar of minder voor 17 april 1987 krachtens de in het eerste lid bedoelde bepalingen heeft verloren en deze bevoegdheid niet voordien onvoorwaardelijk is teruggegeven, is deze bevoegdheid vijf jaar na het verlies daarvan alsnog teruggegeven.

  3. Onze Minister kan in bijzondere gevallen de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, die krachtens de in het eerste lid bedoelde bepalingen is verloren en voor 17 april 1987 niet is teruggegeven, al dan niet onder voorwaarden, op schriftelijk verzoek van de betrokkene alsnog teruggeven. Deze voorwaarden vervallen vijf jaar na het verlies van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs