Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 193i

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Het bevoegd gezag stelt voor de tijdelijke nieuwkomersvoorziening de inhoud van het onderwijs vast in een onderwijsprogramma waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 8 en 9, met dien verstande dat het onderwijsprogramma in ieder geval:

    1. het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen bevordert en de zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen borgt;

    2. actief burgerschap en sociale cohesie bevordert als bedoeld in artikel 8, derde lid;

    3. zo veel mogelijk gericht is op de kerndoelen, bedoeld in artikel 9, waarbij in ieder geval altijd aandacht wordt besteed aan:

      1. Zintuigelijke en lichamelijke oefening;

      2. Nederlandse taal;

      3. Rekenen en wiskunde;

    4. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aantal uren dat ten minste aan het onderwijsprogramma moet worden besteed.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 11-10-2023.

Tekst van deze versie

  1. Het bevoegd gezag stelt voor de tijdelijke nieuwkomersvoorziening de inhoud van het onderwijs vast in een onderwijsprogramma waarbij kan worden afgeweken van de artikelen 8 en 9, met dien verstande dat het onderwijsprogramma in ieder geval:

    1. het ononderbroken ontwikkelingsproces van de leerlingen bevordert en de zo spoedig mogelijke doorstroom van leerlingen borgt;

    2. actief burgerschap en sociale cohesie bevordert als bedoeld in artikel 8, derde lid;

    3. zo veel mogelijk gericht is op de kerndoelen, bedoeld in artikel 9, waarbij in ieder geval altijd aandacht wordt besteed aan:

      1. Zintuigelijke en lichamelijke oefening;

      2. Nederlandse taal;

      3. Rekenen en wiskunde;

    4. het sociaal en emotioneel welbevinden van de leerlingen bevordert.

  2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over het aantal uren dat ten minste aan het onderwijsprogramma moet worden besteed.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs