Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 193j

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 12-06-2026.
Deze versie geldt vanaf 12-06-2026.
  1. Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een bevoegde leraar als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs niet langer dan strikt noodzakelijk, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door:

    1. studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°;

    2. degene die bevoegd is tot het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene, bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

    3. een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a.

  2. Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt vastgelegd op welke wijze het bevoegd gezag betrokkene ondersteunt om zo snel mogelijk te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:

    1. Nederlands;

    2. Rekenen en wiskunde;

    3. Zintuigelijke en lichamelijke oefening;

    4. Actief burgerschap en sociale cohesie.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 11-10-2023.

Tekst van deze versie

  1. Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke nieuwkomersvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een bevoegde leraar als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs niet langer dan strikt noodzakelijk, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door:

    1. studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°;

    2. degene die bevoegd is tot het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene, bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;

    3. een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a.

  2. Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt vastgelegd op welke wijze het bevoegd gezag betrokkene ondersteunt om zo snel mogelijk te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3.

  3. Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:

    1. Nederlands;

    2. Rekenen en wiskunde;

    3. Zintuigelijke en lichamelijke oefening;

    4. Actief burgerschap en sociale cohesie.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs