Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 120

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2022.
  1. In geval van bijzondere omstandigheden van een school, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostiging, bedoeld in de artikelen 116 en 119 bekostiging verstrekken aan deze school.

  2. De aanvullende bekostiging vindt plaats:

    1. op aanvraag van het bevoegd gezag;

    2. indien nodig, onder het opleggen van verplichtingen aan het bevoegd gezag, en

    3. voor een bepaalde periode.

  3. De aanvraag wordt niet eerder ingediend dan 16 weken voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de bijzondere omstandigheden zich zullen voordoen en niet later dan in het kalenderjaar waarin die omstandigheden zich hebben voorgedaan.

  4. Onze Minister beslist binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag. Onze Minister kan deze termijn eenmaal met ten hoogste 28 weken verlengen.

  5. Onze Minister kan een bekostigingsplafond instellen voor de aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lid. In dat geval worden bij ministeriële regeling regels gesteld over de verdeling.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-01-2020

Tekst van deze versie

  1. VoorIn geval van bijzondere omstandigheden van een school, kan Onze Minister in aanvulling op de bekostigingbekostiging, vanbedoeld personeel wordt een bedrag per leerling toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd metin de gewogenartikelen gemiddelde116 leeftijden van119 debekostiging lerarenverstrekken vanaan dedeze school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. Voor het schooljaar waarin een nieuwe basisschool respectievelijk nieuwe speciale school voor basisonderwijs wordt geopend, wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar van de leraren van basisscholen respectievelijk van de leraren van speciale scholen voor basisonderwijs.school.
  2. De bedragen,aanvullende bedoeldbekostiging invindt het eerste lid, kunnen in elk geval verschillend worden vastgesteld voor leerlingen:plaats:

    1. vanop een basisschool in de leeftijdaanvraag van 4het totbevoegd en met 7 jaar;gezag;
    2. vanindien eennodig, basisschoolonder inhet de leeftijdopleggen van 8verplichtingen jaaraan het bevoegd gezag, en ouder; en
    3. van speciale scholen voor basisonderwijs.een bepaalde periode.
  3. BijDe algemene maatregel van bestuuraanvraag wordt bepaaldniet eerder ingediend dan 16 weken voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de bijzondere omstandigheden zich zullen voordoen en niet later dan in welke gevallen en onder welke voorwaarden aanvullende bekostiging voor personeelskosten kan worden toegekend. In ieder geval wordt aanvullende bekostiging toegekend voor kleine basisscholen, schoolleiding, de bestrijding van onderwijsachterstanden, groei van het aantalkalenderjaar leerlingenwaarin vandie basisscholenomstandigheden gedurendezich hethebben schooljaar en indien onderwijs wordt gegeven in een of meer nevenvestigingen van een basisschool. De omvang van de aanvullende vergoeding wordt bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.voorgedaan.
  4. DeOnze gezamenlijkeMinister specialebeslist scholenbinnen voor16 basisonderwijsweken vanna een samenwerkingsverband, ofwel, indien van het samenwerkingsverband geen speciale school voor basisonderwijs deel uitmaakt, het samenwerkingsverband, ontvangen respectievelijk ontvangt tevens een bekostiging voor ondersteuningsvoorzieningen. De in de eerste volzin bedoelde bekostiging is gebaseerd op 2% van het aantal leerlingen van alle scholen in het samenwerkingsverband op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar, rekenkundig afgerond op een geheel getal. Het aantal leerlingen, bedoeld in de tweede volzin, wordt aan de afzonderlijke speciale scholen voor basisonderwijs toegerekend naar rato van het aantal leerlingen van elk van die scholen op die datum. De speciale school voor basisonderwijs ontvangt voor elkeontvangst van de aanaanvraag. dieOnze schoolMinister toegerekendekan leerlingdeze eentermijn bedrag per leerling, welk bedrag wordt verhoogdeenmaal met eenten bedraghoogste dat28 wordtweken vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. Indien alle bevoegde gezagsorganen van de scholen in het samenwerkingsverband ermee instemmen dat van het samenwerkingsverband geen speciale school voor basisonderwijs deel uitmaakt, ontvangt het samenwerkingsverband voor de leerlingen, bedoeld in de tweede volzin, een bedrag per leerling, welk bedrag wordt verhoogd met een bedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van leraren van speciale scholen voor basisonderwijs.verlengen.
  5. BijOnze ministeriëleMinister regelingkan wordeneen bekostigingsplafond instellen voor de bedragen,aanvullende bekostiging, bedoeld in het eerste lidlid. enIn hetdat vierdegeval lidworden vastgesteld.bij Hetministeriële bedragregeling perregels leerlinggesteld en het vermenigvuldigingsbedrag vanover de verhoging zijn de uitkomst van een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen hoeveelheid formatie per leerling vermenigvuldigd met een bedrag.verdeling.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs