Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 153

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-08-2023.
  1. Onze Minister kan het bevoegd gezag een aanwijzing tot het nemen van een of meer maatregelen geven, indien sprake is van wanbeheer.

  2. Onder wanbeheer wordt verstaan:

    1. financieel wanbeleid;

    2. het in ernstige mate of langdurig nalaten om, in ieder geval in strijd met artikel 10, maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en de goede voortgang van het onderwijs, waaronder de deugdelijke afsluiting daarvan;

    3. het door een bestuurder of toezichthouder ongerechtvaardigd verrijken van het bevoegd gezag, zichzelf of een derde;

    4. het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen waardoor financieel voordeel wordt behaald ten gunste van het bevoegd gezag, zichzelf of een derde;

    5. het in ernstige mate verwaarlozen van de zorg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen in de schoolorganisatie, waaronder in ieder geval wordt verstaan intimidatie of bedreiging van personeel, leerlingen of ouders door een bestuurder of toezichthouder;

    6. het handelen in strijd met de zorgplicht voor de veiligheid, bedoeld in artikel 4c, dat leidt of dreigt te leiden tot het toebrengen van ernstige sociale, psychische of fysieke schade aan een of meer leerlingen;

    7. het structureel of flagrant handelen in strijd met de burgerschapsopdracht, bedoeld in artikel 8, derde lid en lid 3a, dat leidt of dreigt te leiden tot ernstige aantasting van een of meer basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

  3. Onze Minister motiveert in de aanwijzing waarom het doel van de aanwijzing niet met een minder zwaar middel kan worden bereikt.

  4. De aanwijzing vermeldt de termijn waarbinnen zij moet worden uitgevoerd.

  5. Voordat Onze Minister een aanwijzing geeft heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11 of artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en daarover een inspectierapport uitgebracht als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht, waaruit volgt dat sprake is van wanbeheer als bedoeld in het tweede lid.

  6. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een door Onze Minister te geven aanwijzing aan een samenwerkingsverband.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-04-2022

Tekst van deze versie

  1. IndienOnze sprakeMinister iskan vanhet wanbeheerbevoegd gezag een aanwijzing tot het nemen van een of meer bestuurders of toezichthouders kan Onze Minister de rechtspersoon die de school in stand houdt dan wel het samenwerkingsverband een aanwijzing geven. Een aanwijzing omvat een of meer maatregelen engeven, indien sprake is evenredigvan aan het doel waarvoor zij wordt gegeven.wanbeheer.
  2. Onder wanbeheer wordt uitsluitend verstaan:

    1. financieel wanbeleid,wanbeleid;
    2. het in ernstige nalatigheidmate of langdurig nalaten om, in ieder geval in strijd met artikel 10, maatregelen te treffen die noodzakelijk zijn voor het waarborgen van de kwaliteit en de goede voortgang van het onderwijsonderwijs, aanwaaronder de schooldeugdelijke enafsluiting om te voorkomen dat de kwaliteit van het stelsel van primair onderwijs in gevaar komt,daarvan;
    3. ongerechtvaardigdehet verrijking,door aleen danbestuurder nietof beoogd,toezichthouder ongerechtvaardigd verrijken van de rechtspersoon die de school in stand houdt dan wel het samenwerkingsverband,bevoegd gezag, zichzelf dan welof een derde ofderde;
    4. onrechtmatig handelen, waaronder wordt verstaan het in de hoedanigheid van bestuurder of toezichthouder handelen in strijd met wettelijke bepalingen waarmeewaardoor financieel voordeel wordt behaald ten gunste van de rechtspersoon die de school in stand houdt dan wel het samenwerkingsverband,bevoegd gezag, zichzelf of een derde, enderde;
    5. het in ernstige mate verwaarlozen van de zorg voor wat door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd in de omgang met betrokkenen in de schoolorganisatie, waaronder in ieder geval wordt verstaan intimidatie of bedreiging van personeel, leerlingen of ouders door een bestuurder of toezichthouder.toezichthouder;
    6. Inhet handelen in strijd met de aanwijzingzorgplicht geeftvoor Onzede Ministerveiligheid, metbedoeld redenenin omkleedartikel 4c, dat leidt of dreigt te leiden tot het toebrengen van ernstige sociale, psychische of fysieke schade aan opeen welkeof puntenmeer sprake is van wanbeheer alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.leerlingen;
    7. Eenhet aanwijzingstructureel bevatof flagrant handelen in strijd met de termijnburgerschapsopdracht, waarbinnenbedoeld hetin bevoegdartikel gezag8, danderde wellid heten samenwerkingsverbandlid aan3a, dat leidt of dreigt te leiden tot ernstige aantasting van een of meer basiswaarden van de aanwijzingdemocratische moet voldoen.rechtsstaat.
  3. Alvorens Onze Minister eenmotiveert in de aanwijzing als bedoeld inwaarom het eerstedoel lidvan geeft:de aanwijzing niet met een minder zwaar middel kan worden bereikt.
  4. heeftDe aanwijzing vermeldt de inspectietermijn eenwaarbinnen onderzoekzij alsmoet bedoeldworden in artikel 11 of artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht verricht;uitgevoerd.
  5. Voordat Onze Minister een aanwijzing geeft heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11 of artikel 15 van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en daarover een inspectierapport uitgebracht als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezichtonderwijstoezicht, uitgebracht;waaruit envolgt dat sprake is van wanbeheer als bedoeld in het tweede lid.
  6. steltDit artikel is van overeenkomstige toepassing op een door Onze Minister dete rechtspersoon dan wel het samenwerkingsverband vervolgens vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze met betrekking tot degeven aanwijzing naaraan voreneen te brengen.samenwerkingsverband.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs