-
Indien sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10a, eerste lid, kan Onze Minister besluiten dat met ingang van een in dat besluit bepaalde datum een openbare school wordt opgeheven en de bekostiging van een bijzondere school wordt beëindigd.
-
Alvorens Onze Minister toepassing geeft aan het eerste lid:
heeft de inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en heeft de inspectie Onze Minister meegedeeld dat het bevoegd gezag naar aanleiding van dit onderzoek niet bereid is afspraken te maken over verbeteringen dan wel dat uit het onderzoek naar de verbeteringen, bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen;
heeft de inspectie daarover een inspectierapport als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht uitgebracht; en
stelt Onze Minister het bevoegd gezag vervolgens vier weken in de gelegenheid zijn zienswijze met betrekking tot de voorgenomen opheffing of de voorgenomen beëindiging van de bekostiging naar voren te brengen.
-
Op een basisschool die minder dan 2 jaar wordt bekostigd en waarvan de kwaliteit van het onderwijs in deze periode zeer zwak is als bedoeld in artikel 10a, zijn het eerste en tweede lid van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag:
tekortschiet in de naleving van drie of meer bij of krachtens deze wet gegeven voorschriften, en dientengevolge
tekortschiet in het zorgdragen voor de veiligheid op de school als bedoeld in artikel 4c, of in het zodanig inrichten van het onderwijs dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel in het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid.
Inhoud
Artikel 157
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
- Indien sprake is van een bevoegdsituatie gezagals scholenbedoeld in standartikel houdt10a, eerste lid, kan Onze Minister besluiten dat met ingang van een in uitsluitenddat 1besluit gemeentebepaalde of,datum ingevaleen vooropenbare dieschool gemeentewordt op grond van artikel 155 opheffingsnormen zijn vastgesteld, in uitsluitend 1 deel van die gemeente, wordt, in afwijking van artikel 153, eerste totopgeheven en met derde lid, de bekostiging van een bijzondere school nietwordt beëindigd en een openbare school niet opgeheven op grond van artikel 153 indien de school ten minste 23 leerlingen telt, de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van dat bevoegd gezag ten minste 10/6x de voor die gemeente onderscheidenlijk dat deel van de gemeente geldende opheffingsnorm, dan wel ten minste 290 bedraagt en het bevoegd gezag tijdig de in artikel 160, tweede lid, bedoelde mededeling heeft gedaan. Indien het bevoegd gezag dat bij die mededeling aangeeft, tellen bij de toepassing van de gemiddelde schoolgrootte niet mee de door hem aangeduide scholen die sinds de aanvang van de bekostiging niet meer dan 8 schooljaren zijn bekostigd en waarvan het aantal leerlingen, voor zover het niet betreft het aantal leerlingen van een nevenvestiging, niet heeft voldaan aan de stichtingsnorm op grond waarvan de school voor bekostiging in aanmerking werd genomen. De tweede volzin is niet van toepassing op scholen als bedoeld in artikel 84.beëindigd.
-
IndienAlvorens eenOnze bevoegdMinister gezagtoepassing scholengeeft inaan stand houdt in meer dan 1 gemeente, of in meer dan 1 deel van een gemeente waarvoor op grond van artikel 155 opheffingsnormen zijn vastgesteld, wordt, in afwijking van artikel 153,het eerste tot en met derde lid, de bekostiging van een bijzondere school niet beëindigd en een openbare school niet opgeheven op grond van artikel 153 indien de school ten minste 23 leerlingen telt en de gemiddelde schoolgrootte van alle scholen van dat bevoegd gezag ten minste 10/6x het gewogen gemiddelde van de voor elk van die gemeenten en delen van gemeenten geldende opheffingsnormen, dan wel ten minste 290 bedraagt en het bevoegd gezag tijdig de in artikel 160, tweede lid, bedoelde mededeling heeft gedaan. Het gewogen gemiddelde, bedoeld in de eerste volzin, wordt vastgesteld door het aantal scholen van het bevoegd gezag in elke gemeente of elk deel van een gemeente te vermenigvuldigen met de voor die gemeente onderscheidenlijk dat deel geldende opheffingsnorm en de som van de verkregen uitkomsten te delen door het totale aantal scholen van het bevoegd gezag. Indien het bevoegd gezag dat bij de mededeling, bedoeld in de eerste volzin, aangeeft, tellen bij de toepassing van de gemiddelde schoolgrootte en het gewogen gemiddelde niet mee de door hem aangeduide scholen die sinds de aanvang van de bekostiging niet meer dan 8 schooljaren zijn bekostigd en waarvan het aantal leerlingen, voor zover het niet betreft het aantal leerlingen van een nevenvestiging, niet heeft voldaan aan de stichtingsnorm op grond waarvan de school voor bekostiging in aanmerking werd genomen. De derde volzin is niet van toepassing op scholen als bedoeld in artikel 84.lid:
- Hetheeft eerstede inspectie een onderzoek als bedoeld in artikel 11, derde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht verricht en tweedeheeft lidde zijninspectie vanOnze overeenkomstigeMinister toepassingmeegedeeld indiendat eenhet bevoegd gezag metnaar tenaanleiding minstevan 1dit anderonderzoek bevoegdniet gezagbereid eenis samenwerkingsovereenkomstafspraken heeftte gesloten,maken waarbijover voldaanverbeteringen wordtdan aanwel dat uit het onderzoek naar de volgendeverbeteringen, voorwaarden:bedoeld in artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht blijkt dat sprake is van onvoldoende verbeteringen;
- alle scholen van elk bevoegd gezag dat aanheeft de overeenkomstinspectie deelneemt, bevinden zich indaarover een gebied van aan elkaar grenzende gemeenten, dan wel delen van gemeenteninspectierapport als bedoeld in artikel 155;20, eerste lid, van de Wet op het onderwijstoezicht uitgebracht; en
- stelt Onze Minister het bevoegd gezag vervolgens vier weken in de overeenkomstgelegenheid iszijn aangegaanzienswijze voormet eenbetrekking termijntot de voorgenomen opheffing of de voorgenomen beëindiging van tende minstebekostiging 10naar jarenvoren ente brengen.
-
inOp een basisschool die minder dan 2 jaar wordt bekostigd en waarvan de overeenkomstkwaliteit van het onderwijs in deze periode zeer zwak is als bedoeld in elkartikel geval10a, opgenomenzijn dehet verplichtingeerste vooren elktweede bevoegd gezag om geen personeel te benoemen met voorbijgaanlid van personeelovereenkomstige vantoepassing, een der scholen waarvanindien het bevoegd gezag aan de overeenkomst deelneemt en datgezag:
- 1°werkzaamtekortschiet isin metde gebruikmakingnaleving van bekostiging,drie dieof ismeer toegekendbij opof grondkrachtens vandeze artikelwet 123,gegeven tweedevoorschriften, lid,en wegens samenvoeging van scholen, dan weldientengevolge
- 2°voortekortschiet zoverin zichhet geenzorgdragen gevalvoor voordoetde veiligheid op de school als bedoeld onderin 1°artikel 4c, of in het genotzodanig is van wachtgeld of van een andere ontslaguitkering en direct aan die ontslaguitkering voorafgaand langer dan een jaar onafgebroken in dienst is geweestinrichten van het bevoegdonderwijs gezag.dat leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen dan wel in het afstemmen van het onderwijs op de voortgang in de ontwikkeling van leerlingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid.
Nog geen automatische verwijzingen.