Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 164

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-04-2022.
  1. Voor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het besluit, bedoeld in artikel 75, derde lid, meldt het bevoegd gezag aan Onze Minister of de school uitgaat van een grondslag en zo ja, welke grondslag.

  2. Voor scholen die direct voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) reeds werden bekostigd, geldt als grondslag de op die datum geldende richting van de school.

  3. Indien de school op enig moment alsnog uitgaat van een grondslag of indien de grondslag van de school wijzigt, wordt daarvan binnen vier weken melding gedaan aan Onze Minister.

  4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de nevenvestiging indien die van een andere grondslag uitgaat dan de school.

  5. Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor de melding, bedoeld in het eerste en derde lid.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-07-2021

Tekst van deze versie

  1. IndienVoor 1 mei van het kalenderjaar volgend op het besluit, bedoeld in artikel 75, derde lid, meldt het bevoegd gezag vanaan eenOnze Minister of de school dan wel het samenwerkingsverband in strijd handelt met het bepaalde bij of krachtens deze wet, waaronder tevens wordt verstaan het niet opvolgenuitgaat van een aanwijzinggrondslag alsen bedoeldzo inja, artikelwelke 163b, kan Onze Minister bepalen dat de bekostiging, voorschotten daaronder begrepen, geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden dan wel opgeschort.grondslag.
  2. HetVoor eerstescholen liddie isdirect voorafgaand aan de datum van overeenkomstige toepassing, indien het bevoegd gezag of het personeel van een school dan wel het samenwerkingsverband of het personeel van een samenwerkingsverband in strijd handelt met artikel 5:20, eerste lid,inwerkingtreding van de AlgemeneWet wetvan bestuursrecht.20 mei 2020 tot wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (Stb. 2020, 160) reeds werden bekostigd, geldt als grondslag de op die datum geldende richting van de school.
  3. Onze Minister kentIndien de bekostigingschool wederomop toe,enig moment alsnog uitgaat van een grondslag of indien blijktde datgrondslag van de redenschool voorwijzigt, dewordt toepassingdaarvan vanbinnen hetvier eersteweken ofmelding tweedegedaan lidaan isOnze vervallen.Minister.
  4. Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de nevenvestiging indien die van een andere grondslag uitgaat dan de school.
  5. Bij ministeriële regeling wordt een model vastgesteld voor de melding, bedoeld in het eerste en derde lid.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs