-
Het bevoegd gezag kan een tijdelijke onderwijsvoorziening inrichten.
-
Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke onderwijsvoorziening onverwijld bij Onze Minister.
-
Na een melding, als bedoeld in het tweede lid, stelt het bevoegd gezag binnen twee maanden een inrichtingsplan op voor de tijdelijke onderwijsvoorziening en zendt het plan aan Onze Minister.
-
Het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval een beschrijving van:
de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden ingericht;
de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening toewerkt naar de doorstroom van leerlingen naar een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voortgezet onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven aan een tijdelijke onderwijsvoorziening;
de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 4c;
het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke onderwijsvoorziening;
de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 180c.
-
Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan.
-
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 10a, eerste en vierde lid.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid, en over het inrichtingsplan bedoeld in het vierde lid.
Inhoud
Artikel 180b
Tekst van deze versie
-
Het bevoegd gezag kan een tijdelijke onderwijsvoorziening inrichten.
-
Het bevoegd gezag meldt de inrichting van een tijdelijke onderwijsvoorziening onverwijld bij Onze Minister.
-
Na een melding, als bedoeld in het tweede lid, stelt het bevoegd gezag binnen twee maanden een inrichtingsplan op voor de tijdelijke onderwijsvoorziening en zendt het plan aan Onze Minister.
-
Het inrichtingsplan, bedoeld in het derde lid, bevat in ieder geval een beschrijving van:
de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden ingericht;
de wijze waarop de tijdelijke onderwijsvoorziening toewerkt naar de doorstroom van leerlingen naar een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs, school voor voortgezet speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voortgezet onderwijs, niet zijnde het onderwijs gegeven aan een tijdelijke onderwijsvoorziening;
de wijze waarop ten aanzien van de tijdelijke onderwijsvoorziening zal worden voldaan aan de zorgplicht, bedoeld in artikel 4c;
het personeelsbeleid, bedoeld in artikel 12, derde lid, voor zover dat betrekking heeft op de tijdelijke onderwijsvoorziening;
de invulling van het onderwijsprogramma, bedoeld in artikel 180c.
-
Bij de inrichting van het onderwijs wijkt het bevoegd gezag niet af van het inrichtingsplan.
-
Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op de wijziging van het inrichtingsplan.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op een school waarvan de kwaliteit van het onderwijs zeer zwak is als bedoeld in artikel 10a, eerste en vierde lid.
-
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de melding, bedoeld in het tweede lid, en over het inrichtingsplan bedoeld in het vierde lid.
Nog geen automatische verwijzingen.