-
Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een leraar die bevoegd is tot het geven van schoolonderwijs als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs aan een tijdelijke onderwijsvoorziening niet langer dan strikt noodzakelijk en voor ten hoogste twee jaren, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door:
studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°;
degene die bevoegd is het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a.
-
Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:
- 1°
Nederlands;
- 2°
rekenen en wiskunde;
- 3°
zintuigelijke en lichamelijke oefening;
- 4°
actief burgerschap en sociale cohesie.
- 1°
-
Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke onderwijsvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die wordt benoemd of tewerkgesteld beschikt.
-
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Inhoud
Artikel 180d
Vergelijking met vorige versie
Tekst van deze versie
-
Indien een vacature voor het geven van onderwijs in een tijdelijke onderwijsvoorziening niet kan worden vervuld door de benoeming van een leraar die bevoegd is tot het geven van schoolonderwijs als bedoeld in artikel 3, kan het onderwijs aan een tijdelijke onderwijsvoorziening niet langer dan strikt noodzakelijk en voor ten hoogste twee jaren, in afwijking van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, ook worden gegeven door:
studenten van een opleiding leidend tot een getuigschrift als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b.1°;
- degene die bevoegd is het geven van voortgezet onderwijs op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs of op grond van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met dien verstande dat het onderwijs niet gegeven kan worden door degene bedoeld in artikel 33, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs of degene bedoeld in artikel 7.14 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
een onderwijsondersteunende functionaris als bedoeld in artikel 3a.
-
Het bevoegd gezag draagt zorg voor schriftelijke afspraken met degene, bedoeld in het eerste lid, waarin wordt verklaard dat betrokkene zich inspant om binnen twee jaren alsnog te voldoen aan de eisen opgenomen in artikel 3.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op het onderwijs in:
- 1°
Nederlands;
- 2°
rekenen en wiskunde;
- 3°
zintuigelijke en lichamelijke oefening;
- 4°
actief burgerschap en sociale cohesie.
- 1°
-
Het bevoegd gezag legt ten aanzien van elke leraar in een tijdelijke onderwijsvoorziening vast over welke opleiding en ervaring degene die wordt benoemd of tewerkgesteld beschikt.
-
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
Nog geen automatische verwijzingen.