Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 191

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-08-2022.
  1. Het participatiefonds kan het burgerservicenummer van het personeelslid of het gewezen personeelslid van het bevoegd gezag uitsluitend in het kader van de toepassing van artikel 190 gebruiken in het verkeer met:

    1. het personeelslid of het gewezen personeelslid;

    2. het bevoegd gezag waar de in onderdeel a bedoelde persoon werkzaam is of was;

    3. de instanties, bedoeld in artikel 190, derde lid, onderdeel b; en

    4. het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

  2. Het burgerservicenummer wordt op een daartoe strekkend verzoek aan het participatiefonds verstrekt door het bevoegd gezag waar het personeelslid werkzaam is of was.

  3. Indien dat ten behoeve van het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, noodzakelijk is, worden gegevens daarin slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon kunnen worden ontleend, tenzij het betreft de controle op de juistheid van de gegevens in het kader van de controle op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van door de rechtspersoon gedane uitgaven. Daarbij kunnen de burgerservicenummers worden vergeleken met de burgerservicenummers die door andere daartoe bij of krachtens de wet bevoegde instanties zijn verstrekt.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-04-2022

Tekst van deze versie

  1. DeHet rechtspersoon, bedoeld in artikel 190,participatiefonds kan het burgerservicenummer van het personeelslid of het gewezen personeelslid,personeelslid van het bevoegd gezag uitsluitend in het kader van hetde doel,toepassing bedoeld invan artikel 190, eerste lid,190 gebruiken in het verkeer met:

    1. het personeelslid of het gewezen personeelslid,personeelslid;
    2. het bevoegd gezag van de school, het bestuur van de centrale dienst dan wel het samenwerkingsverband waar de in onderdeel a bedoelde persoon werkzaam was,is of was;
    3. Onzede Minister,instanties, ofbedoeld in artikel 190, derde lid, onderdeel b; en
    4. dehet instantie,Uitvoeringsinstituut bedoeld in artikel 190, vijfde lid.werknemersverzekeringen.
  2. Het burgerservicenummer wordt op een daartoe strekkend verzoek van de inaan het eerste lid bedoelde rechtspersoon aan die rechtspersoonparticipatiefonds verstrekt door het bevoegd gezag van de school, het bestuur van de centrale dienst dan wel het samenwerkingsverband waar het gewezen personeelslid werkzaam is of was.
  3. Indien dat ten behoeve van het jaarverslag, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, noodzakelijk is, worden gegevens daarin slechts zodanig openbaar gemaakt dat daaraan geen herkenbare gegevens over een afzonderlijk persoon kunnen worden ontleend, tenzij het betreft de controle op de juistheid van de gegevens in het kader van de controle op de rechtmatigheid en de doelmatigheid van door de rechtspersoon gedane uitgaven. Daarbij kunnen de burgerservicenummers worden vergeleken met de burgerservicenummers die door andere daartoe bij of krachtens de wet bevoegde instanties zijn verstrekt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs