-
Vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdelen B en E van de Wet van 11 oktober 2021 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met beëindiging van de verplichte aansluiting bij een rechtspersoon in verband met kosten van vervanging en in verband met wijziging van de wijze waarop de werkloosheidsuitkeringen worden verevend (beëindiging vervangingsfonds en hervorming participatiefonds) kan het bevoegd gezag van een school of het bestuur van een centrale dienst of een samenwerkingsverband bij het participatiefonds een aanvraag indienen tot het vergoeden van de kosten van vervangingen in de periode tot en met de dag voor genoemd tijdstip.
-
Op de afwikkeling van aanvragen, alsmede op geschillen daarover in bezwaar, beroep of hoger beroep, zijn de regelingen van toepassing zoals die luidden op de dag voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de regels, bedoeld in artikel 188, vierde lid, en artikel 189 zoals luidend op de dag voor genoemd tijdstip.
-
Het participatiefonds besluit op de aanvragen met inachtneming van de regelingen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Het participatiefonds verantwoordt in zijn jaarrekening afzonderlijk de taken en werkzaamheden, bedoeld in dit artikel.
-
De rechtspersoon, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van deze wet, zoals luidend op de dag voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, brengt overeenkomstig de artikelen 18, 34, 35 en 37 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen aan Onze Minister over het kalenderjaar dat direct vooraf gaat aan genoemd tijdstip verslag uit over zijn werkzaamheden.
-
Artikel 194, derde lid, onderdeel c, van deze wet, en de daarop berustende bepalingen, zoals luidend op de dag voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, zijn van toepassing op de bestemming van de resterende middelen die op grond van artikel 188, tweede lid, zoals luidend op de dag voor genoemd tijdstip, aan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 188, eerste lid, zoals luidend op de dag voor genoemd tijdstip, zijn voldaan.
Inhoud
Artikel 214a
HISTORISCH
Je bekijkt een oudere officiële versie van 01-01-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-01-2026.
12-06-2026
Huidig
01-01-2026
Historisch
01-08-2025
Historisch
13-06-2025
Historisch
01-01-2025
Historisch
01-08-2024
Historisch
01-07-2024
Historisch
13-06-2024
Historisch
01-05-2024
Historisch
01-01-2024
Historisch
11-10-2023
Historisch
01-08-2023
Historisch
09-07-2023
Historisch
01-01-2023
Historisch
01-08-2022
Historisch
Vergelijking met vorige versie
Vergeleken met 01-08-2022
Tekst van deze versie
- DitVanaf onderdeelhet istijdstip nogvan nietinwerkingtreding inwerkingvan getredenartikel I, onderdelen B en E van de Wet van 11 oktober 2021 tot wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met beëindiging van de verplichte aansluiting bij een rechtspersoon in verband met kosten van vervanging en in verband met wijziging van de wijze waarop de werkloosheidsuitkeringen worden verevend (beëindiging vervangingsfonds en hervorming participatiefonds) kan het bevoegd gezag van een school of het bestuur van een centrale dienst of een samenwerkingsverband bij het participatiefonds een aanvraag indienen tot het vergoeden van de kosten van vervangingen in de periode tot en met de dag voor genoemd tijdstip.
- Op de afwikkeling van aanvragen, alsmede op geschillen daarover in bezwaar, beroep of hoger beroep, zijn de regelingen van toepassing zoals die luidden op de dag voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, met inbegrip van de regels, bedoeld in artikel 188, vierde lid, en artikel 189 zoals luidend op de dag voor genoemd tijdstip.
- Het participatiefonds besluit op de aanvragen met inachtneming van de regelingen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Het participatiefonds verantwoordt in zijn jaarrekening afzonderlijk de taken en werkzaamheden, bedoeld in dit artikel.
- De rechtspersoon, bedoeld in artikel 188, eerste lid, van deze wet, zoals luidend op de dag voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, brengt overeenkomstig de artikelen 18, 34, 35 en 37 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen aan Onze Minister over het kalenderjaar dat direct vooraf gaat aan genoemd tijdstip verslag uit over zijn werkzaamheden.
- Artikel 194, derde lid, onderdeel c, van deze wet, en de daarop berustende bepalingen, zoals luidend op de dag voor het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, zijn van toepassing op de bestemming van de resterende middelen die op grond van artikel 188, tweede lid, zoals luidend op de dag voor genoemd tijdstip, aan de rechtspersoon, bedoeld in artikel 188, eerste lid, zoals luidend op de dag voor genoemd tijdstip, zijn voldaan.
Nog geen automatische verwijzingen.
Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.