Wet op het primair onderwijs

Inhoud

Artikel 84a

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 01-02-2021.
  1. Het bevoegd gezag kan op de wijze als aangegeven in artikel 74, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, en artikel 75, eerste lid, eerste volzin en tweede lid, bij Onze Minister een aanvraag indienen om een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging die zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die school, te verzelfstandigen en als school voor bekostiging in aanmerking te brengen.

  2. Onze Minister willigt een aanvraag in indien wordt voldaan aan voorwaarden die bij ministeriële regeling zijn vastgesteld. Deze voorwaarden hebben in elk geval betrekking op:

    1. het aantal leerlingen van de school op de teldatum in het jaar dat voorafgaat aan de aanvraag;

    2. het aantal leerlingen waarvan redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze de scholen die na de verzelfstandiging ontstaan, zal bezoeken; en

    3. de wijze waarop op basis van de statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek aannemelijk wordt gemaakt dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, voldoet aan de stichtingsnorm en de bekostiging van het overblijvende deel van de school, met in achtneming van de artikelen 154 tot en met 156, gedurende ten minste 10 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet.

  3. Artikel 75, eerste lid, tweede volzin, derde tot en met zevende, tiende en elfde lid, is van overeenkomstige toepassing.

12-06-2026 Huidig 01-01-2026 Historisch 01-08-2025 Historisch 13-06-2025 Historisch 01-01-2025 Historisch 01-08-2024 Historisch 01-07-2024 Historisch 13-06-2024 Historisch 01-05-2024 Historisch 01-01-2024 Historisch 11-10-2023 Historisch 01-08-2023 Historisch 09-07-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 01-08-2022 Historisch 14-07-2022 Historisch 08-07-2022 Historisch 01-04-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-10-2021 Historisch 01-08-2021 Historisch 01-07-2021 Historisch 01-02-2021 Historisch 01-01-2021 Historisch 01-07-2020 Historisch 01-04-2020 Historisch 01-01-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 01-04-2020

Tekst van deze versie

  1. Het bevoegd gezag kan op de wijze als aangegeven in artikel 74, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel a, en artikel 75, eerste lid, eerste volzin en tweede lid, bij Onze Minister kaneen onderaanvraag doorindienen hem te stellen voorwaardenom een nevenvestiging, of een deel van een school of nevenvestiging datdie zich op een andere locatie bevindt dan de plaats van vestiging van die schoolschool, ofte nevenvestiging,verzelfstandigen en als school voor bekostiging in aanmerking te brengen.
  2. EenOnze Minister willigt een aanvraag omin eenindien besluitwordt alsvoldaan bedoeldaan voorwaarden die bij ministeriële regeling zijn vastgesteld. Deze voorwaarden hebben in hetelk eerstegeval lidbetrekking is met redenen omkleed en gaat vergezeld van:op:

    1. voorhet zoveraantal leerlingen van de school op de teldatum in het betreftjaar dat voorafgaat aan de nieuwe school, de gegevens, bedoeld in artikel 75, eerste lid, juncto artikel 75, vijfde lid, of de gegevens, bedoeld in artikel 76, tweede lid,aanvraag;
    2. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen opwaarvan hetredelijkerwijs overblijvendekan deelworden vanaangenomen dat deze de schoolscholen metdie uitzondering van nevenvestigingen, of, indien van toepassing, op het overblijvende deel vanna de nevenvestiging,verzelfstandiging ontstaan, zal bezoeken; en
    3. eende opgavewijze waarop op basis van de statistische gegevens, onder meer verstrekt door het Centraal Bureau voor de Statistiek aannemelijk wordt gemaakt dat op 1 januari van het aantalelfde leerlingenjaar dat opna de teldatumaanvraag voorafgaandde school die na verzelfstandiging ontstaat, voldoet aan de aanvraagstichtingsnorm daadwerkelijken onderwijsde volgdebekostiging opvan het overblijvende deel van de schoolschool, waaropmet in achtneming van de aanvraagartikelen betrekking154 heeft.tot en met 156, gedurende ten minste 10 achtereenvolgende jaren kan worden voortgezet.
  3. BijArtikel de75, berekeningeerste lid, tweede volzin, derde tot en met zevende, tiende en elfde lid, is van hetovereenkomstige aantal leerlingen dat de nieuwe school zal bezoeken, wordt artikel 78 niet toegepast, voor zover het plaatsruimte betreft op de nieuwe school.toepassing.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet op het primair onderwijs