Wet personenvervoer 2000

Inhoud

Artikel 53

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. Een verklaring van geen bezwaar wordt uitsluitend verleend aan een vervoerder wiens marktaandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer niet groter is dan het aandeel zoals dat krachtens bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 55, eerste lid, te stellen regels is vastgesteld.

  2. Onverminderd het eerste lid wordt een verklaring aan een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste en zevende lid uitsluitend verleend, indien:

    1. het openbaar vervoer dat op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, inmiddels wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding, of

    2. een gedeelte van het openbaar vervoer, bedoeld in onderdeel a, wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding en de omvang van de concessie waartoe het vervoerbedrijf een verklaring van geen bezwaar heeft aangevraagd naar omzet berekend niet meer beloopt dan anderhalf maal de omzet van dat gedeelte van het openbaar vervoer.

  3. Met een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een concessie waarvan een kennisgeving tot de opdracht van aanbesteding van een concessie is gepubliceerd mits de in de kennisgeving vermelde ingangsdatum van de concessie is gelegen binnen een redelijke termijn na de datum van die kennisgeving.

01-07-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 30-07-2020 Historisch

Vergelijking met vorige versie

Vergeleken met 30-07-2020

Tekst van deze versie

  1. DitEen onderdeelverklaring van geen bezwaar wordt uitsluitend verleend aan een vervoerder wiens marktaandeel in de Nederlandse markt voor openbaar vervoer niet groter is nogdan niethet inwerkingaandeel getredenzoals dat krachtens bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 55, eerste lid, te stellen regels is vastgesteld.
  2. Onverminderd het eerste lid wordt een verklaring aan een vervoerder als bedoeld in artikel 69, eerste en zevende lid uitsluitend verleend, indien:

    1. het openbaar vervoer dat op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet door het vervoerbedrijf werd verricht, inmiddels wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding, of
    2. een gedeelte van het openbaar vervoer, bedoeld in onderdeel a, wordt verricht krachtens een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding en de omvang van de concessie waartoe het vervoerbedrijf een verklaring van geen bezwaar heeft aangevraagd naar omzet berekend niet meer beloopt dan anderhalf maal de omzet van dat gedeelte van het openbaar vervoer.
  3. Met een concessie die is verleend na een procedure van aanbesteding als bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b, wordt gelijkgesteld een concessie waarvan een kennisgeving tot de opdracht van aanbesteding van een concessie is gepubliceerd mits de in de kennisgeving vermelde ingangsdatum van de concessie is gelegen binnen een redelijke termijn na de datum van die kennisgeving.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet personenvervoer 2000