Wet personenvervoer 2000 Actueel

Inhoud

§ 2

Overgangsbepalingen

Artikel 111

  1. Een jaar na inwerkingtreding van artikel 127 vervallen de overeenkomsten ter uitvoering van de artikelen 12 en 17 van de Wet personenvervoer, zoals die artikelen luidden voor de inwerkingtreding van artikel 127, die bestaan tussen een overheid die op grond van de Wet personenvervoer bevoegd was tot het vaststellen van dienstregelingen en een vervoerder.

  2. De overheid, bedoeld in het eerste lid, kan de overeenkomst op een eerder tijdstip beëindigen ten behoeve van het verlenen van een concessie aan de vervoerder, bedoeld in het eerste lid, dan wel een andere vervoerder.

Artikel 113

Een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127 is verleend ingevolge artikel 57 van de Wet personenvervoer, zoals dit artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127, geldt, onverminderd mogelijke wijziging, schorsing, intrekking of het van rechtswege vervallen, met ingang van de datum van inwerkingtreding van artikel 127, als een vergunning verleend ingevolge artikel 4.

Artikel 115

Een aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van taxivervoer die voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127 is ingediend ingevolge artikel 57 van de Wet personenvervoer, zoals dit artikel luidde voor de datum van inwerkingtreding van artikel 127, en waarop op de datum van de inwerkingtreding van artikel 127 nog geen beslissing is genomen, geldt met ingang van die datum als een aanvraag voor een vergunning voor het verrichten van taxivervoer ingevolge artikel 5.

Artikel 116

  1. Een ontheffing van de eis van vakbekwaamheid die voor 1 januari 1988 is verleend op grond van artikel 56a, eerste lid, van de Wet Autovervoer Personen, en die met ingang van die dag is aangemerkt als een ontheffing als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Wet personenvervoer, geldt met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel 127 als een ontheffing als bedoeld in artikel 9, tweede lid.

  2. Degene die op grond van artikel 68 van de Wet Autovervoer Personen werd geacht te voldoen aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 56a, eerste lid, van die wet, en op grond van artikel 105 van de Wet personenvervoer werd geacht te voldoen aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van die wet, voldoet aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 9, eerste lid.

  3. Een ontheffing van de eis van vakbekwaamheid die is verleend op grond van artikel 9, tweede lid, van de Wet personenvervoer, geldt met ingang van de dag van inwerkingtreding van artikel 113 als een ontheffing als bedoeld in artikel 9, tweede lid.

Artikel 118

  1. Een dienstregeling voor het lokaal of interlokaal openbaar vervoer zoals deze gold op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 127, blijft geldig tot uiterlijk een jaar na die dag. Het recht inzake de vaststelling, wijziging en uitvoering van de dienstregeling zoals dat gold op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 127 blijft van toepassing.

  2. Een dienstregeling waarvoor op grond van de Wet personenvervoer door de vervoerder een voorstel is ingediend, en waarop door het ingevolge die wet tot vaststellen bevoegde bestuursorgaan op de dag van inwerkingtreding van artikel 127 nog niet is beslist, wordt voor een tijdvak van ten hoogste zes maanden vastgesteld volgens het recht zoals dat gold voor die dag. Het recht inzake de vaststelling, wijziging en uitvoering van de dienstregeling zoals dat gold op de dag voor de inwerkingtreding van artikel 127 blijft van toepassing.

  3. Artikel 19 is niet van toepassing op het verrichten van openbaar vervoer op grond van een dienstregeling die is vastgesteld overeenkomstig het eerste of tweede lid.

  4. De artikelen 30, derde lid, 46 en 78 zijn van overeenkomstige toepassing op het verrichten van openbaar vervoer op grond van een dienstregeling die is vastgesteld overeenkomstig het eerste of tweede lid. Artikel 19 is niet van toepassing op het verrichten van openbaar vervoer op grond van een dienstregeling die is vastgesteld overeenkomstig het eerste of tweede lid.

  5. De artikelen 36 tot en met 40 zijn van overeenkomstige toepassing op het eindigen van het verrichten van openbaar vervoer op grond van een dienstregeling als bedoeld in het eerste of tweede lid, voor zover deze beëindiging wordt gevolgd door het ingaan van een concessie, verleend aan een andere vervoerder, voor het verrichten van een geheel of gedeeltelijk dezelfde voorziening van openbaar vervoer als dat werd verricht op grond van die dienstregeling.

Artikel 120

  1. Een besluit tot aanwijzing van een gemeente als bedoeld in artikel 39 van de Wet personenvervoer zoals dit luidde voor de inwerkingtreding van artikel 127 behoudt zijn geldigheid tot het moment waarop Onze Minister het besluit intrekt.

  2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld over de wijze waarop Onze Minister toepassing geeft aan de bevoegdheid tot intrekken van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 121a

Artikel 51 is niet van toepassing op openbaar vervoer dat wordt verricht op grond van een concessie die is verleend na aanbesteding, indien de aanbesteding heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van artikel 51.

Artikel 122

Keuringsbewijzen, duplicaten van keuringsbewijzen en andere bewijzen die zijn afgegeven op basis van artikel 69 van de Wet personenvervoer zoals dit artikel luidde voor de inwerkingtreding van artikel 127 behouden hun geldigheid voor de duur van de termijn waarvoor zij zijn afgegeven.

Artikel 123

  1. Ten aanzien van de mogelijkheid om bezwaar te maken of beroep in te stellen tegen een besluit dat voor de dag van inwerkingtreding van artikel 127 is bekendgemaakt, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing.

  2. Ten aanzien van een bezwaar- of beroepschrift dat voor de dag van inwerkingtreding van artikel 127 is ingediend en voor zover daarop bij de inwerkingtreding van deze wet nog niet is beslist, blijft het recht zoals het gold voor die dag van toepassing.

  3. Ten aanzien van een bezwaar- of beroepschrift dat op of na de dag van inwerkingtreding van deze wet is ingediend en dat is gericht tegen een besluit waartegen voor die dag eveneens bezwaar is gemaakt of beroep is ingesteld, blijft het recht zoals het gold voor de dag van inwerkingtreding van artikel 127 van toepassing.

Artikel 124

In afwijking van artikel 123 wordt een bezwaar- of beroepschrift, gericht tegen een besluit omtrent het verrichten van taxivervoer, dat op of na 1 januari 2000 op grond van de Wet personenvervoer is ingediend en voor zover daarop bij de inwerkingtreding van artikel 127 nog niet is beslist, afgehandeld volgens deze wet.

← terug naar Wet personenvervoer 2000