Wet personenvervoer 2000

Inhoud

Artikel 96a

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-07-2026.
Deze versie geldt vanaf 01-07-2026.
  1. In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.

  2. In geval van overtreding van de regels gesteld krachtens artikel 30a, eerste en derde lid, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van 1% van de omzet van de overtreder.

  3. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste of tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

01-07-2026 Huidig 01-01-2024 Historisch 01-07-2023 Historisch 01-10-2022 Historisch 01-05-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch 30-06-2021 Historisch 30-07-2020 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 30-07-2020.

Tekst van deze versie

  1. In geval van overtreding van artikel 63c, eerste, tweede, vierde, zesde tot en met tiende en elfde lid, onderdeel b, voor zover artikel 96a op dat vervoer bij algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2, tweede of vierde lid, van toepassing is verklaard, en met uitzondering van openbaar vervoer per trein waarvoor op grond van deze wet Onze Minister het bevoegde bestuursorgaan is, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of indien dat meer is, 1% van de omzet van de overtreder.

  2. In geval van overtreding van de regels gesteld krachtens artikel 30a, eerste en derde lid, kan de Autoriteit Consument en Markt een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van 1% van de omzet van de overtreder.

  3. De bestuurlijke boete die ingevolge het eerste of tweede lid ten hoogste kan worden opgelegd wordt verhoogd met 100%, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van het van de overtreding opgemaakte rapport, bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een aan die overtreder voor een eerdere overtreding van eenzelfde of een soortgelijk wettelijk voorschrift opgelegde bestuurlijke boete onherroepelijk is geworden.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet personenvervoer 2000