Regeling wapens en munitie

Inhoud

Artikel 1

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-08-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-08-2025.
  1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    1. de wet: de Wet wapens en munitie;

    2. de Minister: de minister van Justitie en Veiligheid;

    3. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

    4. jachtakte: een jachtakte als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven;

    5. de bedrijfsruimte van de erkende: de ruimte waarin de erkende de handelingen, waarop zijn erkenning betrekking heeft, verricht of doet verrichten;

    6. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;

    7. schietvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen;

    8. airsoftapparaat: lucht-, gas-, of veerdrukwapen met een maximum schotkracht van 3,5 joules, welk wapen voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis toont met vuurwapens;

    9. airsoftvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden de gelegenheid te bieden de airsoftsport te beoefenen;

    10. de kleine erkenninghouder: de beheerder van een erkenning voor een bedrijf als bedoeld in artikel 10 van deze regeling, die met het oog op de aard van zijn werkzaamheden niet met gunstig gevolg het verplichte examen, bedoeld in artikel 9 van deze regeling, hoeft te hebben afgelegd.

  2. Overige in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wet.

01-08-2025 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 23-09-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 23-09-2022.

Tekst van deze versie

  1. In deze regeling wordt verstaan onder:

    1. de wet: de Wet wapens en munitie;

    2. de Minister: de minister van Justitie en Veiligheid;

    3. de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;

    4. jachtakte: een jachtakte als bedoeld in artikel 3.26, eerste lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven;

    5. de bedrijfsruimte van de erkende: de ruimte waarin de erkende de handelingen, waarop zijn erkenning betrekking heeft, verricht of doet verrichten;

    6. buitengewoon opsporingsambtenaar: de buitengewoon opsporingsambtenaar, bedoeld in artikel 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;

    7. schietvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen;

    8. airsoftapparaat: lucht-, gas-, of veerdrukwapen met een maximum schotkracht van 3,5 joules, welk wapen voor wat betreft zijn vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis toont met vuurwapens;

    9. airsoftvereniging: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden de gelegenheid te bieden de airsoftsport te beoefenen;

    10. de kleine erkenninghouder: de beheerder van een erkenning voor een bedrijf als bedoeld in artikel 10 van deze regeling, die met het oog op de aard van zijn werkzaamheden niet met gunstig gevolg het verplichte examen, bedoeld in artikel 9 van deze regeling, hoeft te hebben afgelegd.

  2. Overige in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wet.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling wapens en munitie