-
Van het verbod van artikel 14, eerste lid, artikel 22, eerste lid, artikel 26, eerste lid en artikel 27 eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van voorwerpen waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, aan personen die zich bezighouden met de beroepsmatige uitoefening van de veehouderij, het transport van vee, of de medische behandeling daarvan.
-
De vrijstelling in het eerste lid geldt voorzover het dragen betreft uitsluitend op het moment dat de in het eerste lid genoemde activiteiten daadwerkelijk plaatsvinden.
Regeling wapens en munitie Actueel
Inhoud
11
Artikel 22
-
Van het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26, eerste lid en 27, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en dragen van noodsignaalmiddelen en de daarbij behorende lichtsignaal- of rooksignaalpatronen door personen van 18 jaar of ouder.
-
De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts indien:
de noodsignaalmiddelen
- aº
van een kleiner kaliber zijn dan kaliber 12 (18,2 mm);
- a
uitsluitend geschikt zijn voor het verschieten van noodsignaalmunitie;
- b
zijn vervaardigd van kunststof of lichtmetaal;
- c
niet de vorm hebben van een geweer, pistool of revolver;
- d
door middel van gravering zijn voorzien van de postcode en het huisnummer van de eigenaar; en
- aº
de in het eerste lid genoemde handelingen in directe relatie staan tot het vergroten van de veiligheid aan boord van een vaartuig.
Artikel 23
-
Van het verbod van artikel 14, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend aan in het buitenland wonende personen van 18 jaar en ouder die met hun vaartuig een vaste ligplaats in Nederland hebben, voor het doen binnenkomen of uitgaan van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, onder 1, van deze regeling.
-
De vrijstelling ingevolge het eerste lid geldt slechts voor personen die de meegevoerde noodsignaalmiddelen in Nederland krachtens een verlof voorhanden mogen hebben.
Artikel 24
Van het verbod in artikel 22, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het vervoeren van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, van deze regeling, aan de door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen ambtenaren van de Markeerdienst van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.’
Artikel 25
Van het verbod in artikel 26, eerste lid, van de wet, wordt vrijstelling verleend voor het voorhanden hebben van andere noodsignaalmiddelen dan bedoeld in artikel 22, tweede lid, aan zeeverkeersambtenaren van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu, in de daartoe door de Minister van Infrastructuur en Milieu aangewezen zeeverkeersposten.