Regeling wapens en munitie Actueel

Inhoud

16b

Opslageisen

Artikel 43c

  1. De persoon die bevoegd is tot het voorhanden hebben van een vuurwapen van categorie II of III, draagt er zorg voor dat de wapens en munitie separaat van elkaar in een afzonderlijke deugdelijke bergplaatsen worden opgeslagen.

  2. Het in het eerste lid bepaalde is tevens van toepassing op essentiële onderdelen van wapens zoals bedoeld in artikel 3 van de wet.

  3. Onder deugdelijke bergplaatsen, als bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan een speciaal voor de opslag van wapens vervaardigde, beveiligde, afsluitbare en voor onbevoegden niet eenvoudig te bereiken wapenkluis of een andere kluis die daarmee gelijk kan worden gesteld.

  4. Indien de in het tweede lid bedoelde kluis een gewicht van minder dan tweehonderd kilogram heeft, is de kluis deugdelijk verankerd in de vloer of de muur van de ruimte.

  5. Aan personen of instellingen die bevoegd zijn tot het voorhanden hebben van meer dan vijfentwintig wapens of een omvangrijke hoeveelheid munitie, kan door de korpschef van de politie toestemming gegeven worden de wapens of munitie in een andere deugdelijke bergplaats op te slaan, zulks naar het oordeel van de korpschef.

Artikel 43d

  1. De korpschef houdt toezicht op het bepaalde in artikel 43c en voert in verband hiermee ten minste één keer in de drie jaren een onaangekondigde thuiscontrole uit bij de in het eerste lid van dat artikel genoemde personen.

  2. Voor personen die de leeftijd van vijfentwintig jaren nog niet hebben bereikt vindt de in het eerste lid bedoelde controle jaarlijks plaats.

← terug naar Regeling wapens en munitie