Regeling wapens en munitie Actueel

Inhoud

9

Vrijstelling van de erkenningsplicht

Artikel 14

Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen, transformeren of in de uitoefening van een bedrijf uitwisselen, verhuren of anderszins ter beschikking stellen, herstellen, beproeven of verhandelen van wapens van categorie IV onder 1°, 2°, 3° en 5°.

Artikel 15

  1. Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het in de uitoefening van een bedrijf ter beschikking stellen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV, onder 4°, aan bezoekers van erkende kermissen.

  2. De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts voor:

    1. kermisexploitanten die tijdens de erkende kermis een toegestane attractie exploiteren;

    2. gedurende de openingstijden van die kermis; en

    3. op het terrein van de kermis in de onmiddellijke nabijheid van de attractie.

Artikel 16

  1. Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het ter beschikking stellen van lucht-, gas- en veerdrukwapens van categorie IV, onder 4°, aan bezoekers van braderieën, rommelmarkten, jaarmarkten, fancy-fairs en soortgelijke evenementen.

  2. De vrijstelling in het eerste lid geldt slechts:

    1. voor personen die voorafgaande schriftelijke toestemming van de korpschef hebben om de attractie te exploiteren, welke toestemming wordt onthouden of ingetrokken indien geen redelijke maatregelen ter voorkoming van letsel en schade zijn getroffen, dan wel indien misbruik is te vrezen,

    2. gedurende de openingstijden van het in het eerste lid bedoelde evenement,

    3. op het terrein van het evenement in de onmiddellijke nabijheid van de attractie.

Artikel 17

Van het verbod in artikel 9, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend voor het vervaardigen en transformeren van munitie, voor zover het gaat om herladen:

  1. voor eigen gebruik

    1. door personen die houder zijn van een jachtakte; of

    2. door personen die houder zijn van een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie, voor zover het betreft munitie die kan worden afgeschoten door middel van een vuurwapen, tot het voorhanden hebben waarvan die personen gerechtigd zijn;

  2. zonder winstoogmerk door een lid van een schietvereniging ten behoeve van andere leden van die vereniging, voor zover:

    1. dit lid daartoe door het bestuur van de vereniging schriftelijk is aangewezen, terwijl van die aanwijzing door het bestuur schriftelijk kennis is gegeven aan de korpschef binnen wiens regio het vervaardigen of transformeren plaatsvindt; en

    2. dit lid geen andere munitie vervaardigt of transformeert dan die, welke kan worden afgeschoten door middel van een vuurwapen, tot het voorhanden hebben waarvan hij is gerechtigd, behoudens de gevallen waarin door de korpschef voor dit doeleinde op verzoek van het bestuur van de vereniging een afzonderlijk verlof tot het voorhanden hebben van munitie aan het lid is verleend.

← terug naar Regeling wapens en munitie