Regeling wapens en munitie

Inhoud

Artikel 7

Actueel
Je bekijkt de huidige officiële versie van 01-08-2025.
Deze versie geldt vanaf 01-08-2025.
  1. Van het verbod van artikel 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, en 26, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan personen die werkzaam zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover het vervaardigen, transformeren, overdragen, overdragen, doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren of het voorhanden hebben geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

  2. Het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26 eerste lid, en 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn voor de Unit Bijstand en Ondersteuning en de Unit Vervoer van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de landelijke dienst Dienst Vervoer en Ondersteuning voor zover het doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren, het voorhanden hebben of het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

  3. Het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op personen, aangewezen door de directeur van een justitiële inrichting en die een toezichthoudende taak vervullen in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, voor zover het betreft wapens van de categorie IV, onder 3, en het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

01-08-2025 Huidig 01-07-2025 Historisch 01-01-2024 Historisch 23-09-2022 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 23-09-2022.

Tekst van deze versie

  1. Van het verbod van artikel 13, eerste lid, 14, eerste lid, 22, eerste lid, en 26, eerste lid, van de wet wordt vrijstelling verleend aan personen die werkzaam zijn bij het Nederlands Forensisch Instituut, voor zover het vervaardigen, transformeren, overdragen, overdragen, doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren of het voorhanden hebben geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

  2. Het verbod van artikel 14, eerste lid, 22, eerste lid, 26 eerste lid, en 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op personen die deel uitmaken van of werkzaam zijn voor de Unit Bijstand en Ondersteuning en de Unit Vervoer van de Dienst Vervoer en Ondersteuning van de landelijke dienst Dienst Vervoer en Ondersteuning voor zover het doen binnenkomen of uitgaan, het vervoeren, het voorhanden hebben of het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

  3. Het verbod van artikel 27, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op personen, aangewezen door de directeur van een justitiële inrichting en die een toezichthoudende taak vervullen in het kader van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf of vrijheidsbenemende maatregel, voor zover het betreft wapens van de categorie IV, onder 3, en het dragen geschiedt uit hoofde van de dienstuitoefening.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Regeling wapens en munitie