Wet basisregistratie personen

Inhoud

Artikel 2.67

HISTORISCH
Deze versie geldt vanaf 12-02-2025.
  1. Eenieder kan Onze Minister verzoeken om hem in te schrijven in de basisregistratie. Een dergelijk verzoek kan, waar het gaat om de inschrijving van minderjarigen jonger dan 16 jaar, worden gedaan door ouders, voogden of verzorgers.

  2. Bij zijn verzoek legt de betrokkene ten minste de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bescheiden ten behoeve van een juiste inschrijving over.

  3. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de betrokkene ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit in persoon bij de inschrijfvoorziening is verschenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen van de verschijning in persoon kan worden afgezien.

  4. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.

  5. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.

11-11-2025 Huidig 12-02-2025 Historisch 01-10-2023 Historisch 15-05-2023 Historisch 01-01-2023 Historisch 22-10-2022 Historisch 01-03-2022 Historisch 01-01-2022 Historisch 01-07-2021 Historisch
Voor dit artikel is er geen zichtbare wijziging ten opzichte van 01-01-2022.

Tekst van deze versie

  1. Eenieder kan Onze Minister verzoeken om hem in te schrijven in de basisregistratie. Een dergelijk verzoek kan, waar het gaat om de inschrijving van minderjarigen jonger dan 16 jaar, worden gedaan door ouders, voogden of verzorgers.

  2. Bij zijn verzoek legt de betrokkene ten minste de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen bescheiden ten behoeve van een juiste inschrijving over.

  3. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de betrokkene ten behoeve van de vaststelling van zijn identiteit in persoon bij de inschrijfvoorziening is verschenen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald in welke gevallen van de verschijning in persoon kan worden afgezien.

  4. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.

  5. Onze Minister gaat niet over tot inschrijving als de betrokkene op grond van de eerste afdeling van dit hoofdstuk voor inschrijving in aanmerking komt.

Nog geen automatische verwijzingen.

Deze actie vereist een account
Log in of maak een account om arceringen, annotaties, tags en dossiers te gebruiken.
← terug naar Wet basisregistratie personen