Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de wijze waarop een verzoek als bedoeld in artikel 2.68 en een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, worden gedaan en omtrent de informatie die daarbij wordt overgelegd.
Wet basisregistratie personen Actueel
Inhoud
§ 4
Artikel 2.78
-
Een aangewezen bestuursorgaan doet alleen een opgave als bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onder a, voor zover het zelf de desbetreffende gegevens verwerkt in verband met de uitoefening van zijn taak. Als het bestuursorgaan bij die uitoefening de beschikking krijgt over gegevens over een ingeschrevene, die door middel van een dergelijke opgave kunnen leiden tot bijhouding van de basisregistratie, doet het bestuursorgaan opgave aan Onze Minister.
-
Indien bij een algemeen gegeven een aantekening is geplaatst omtrent een onderzoek naar de onjuistheid of strijdigheid met de openbare orde, bevordert een aangewezen bestuursorgaan de goede vaststelling van het gegeven, voor zover het bestuursorgaan zelf het gegeven verwerkt in verband met de uitoefening van zijn taak.
-
De ambtenaar van de burgerlijke stand doet de mededeling, bedoeld in artikel 2.70, derde lid, onder c, terstond aan Onze Minister.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de uitvoering van het eerste, tweede en derde lid.
Artikel 2.79
-
De persoon die aan Onze Minister een verzoek als bedoeld in deze afdeling richt, doet dit door tussenkomst van een inschrijfvoorziening.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de indiening van een verzoek als bedoeld in het eerste lid en de informatie die daarbij wordt overgelegd.
-
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent de door de verzoeker verschuldigde rechten wegens handelingen ter uitvoering van het verzoek. Rechten kunnen slechts worden geheven voor zover de handelingen niet kosteloos moeten worden verricht.
Artikel 2.80
Indien Onze Minister in verband met het opnemen van gegevens in de basisregistratie over een persoon aan de betrokkene verzoekt om een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht met het oog op de vaststelling van diens identiteit, is de betrokkene verplicht een dergelijk op hem betrekking hebbend document over te leggen.
Artikel 2.81
-
Onze Minister stelt binnen vier weken na een inschrijving als bedoeld in artikel 2.66 aan de ingeschrevene in begrijpelijke vorm een volledig overzicht ter beschikking van zijn persoonslijst.
-
Onze Minister vermeldt op schriftelijk verzoek van de betrokkene op zijn persoonslijst kosteloos een aantekening omtrent beperking van de verstrekking van gegevens aan derden. Onze Minister geeft binnen vier weken gevolg aan het verzoek en doet daarvan terstond schriftelijk mededeling aan de verzoeker, onder vermelding van de geldende regels ter zake.
-
De artikelen 2.54, tweede en derde lid, 2.55, 2.56a, vierde lid, 2.57, 2.58, 2.58a, 2.60 en 2.61 zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van niet-ingezetenen met dien verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college van burgemeester en wethouders en dat voor de toepassing van artikel 2.60, onderdeel a, voor «aangifte» wordt gelezen: verzoek.
-
Een verzoek als bedoeld in artikel 2.55 kan ook worden gericht aan het college van burgemeester en wethouders van enige gemeente in Nederland.
-
Op een verzoek als bedoeld in artikel 2.53, derde lid, is artikel 2.79, derde lid, van overeenkomstige toepassing.