Wet basisregistratie personen Actueel

Inhoud

Afdeling 3

Straf- en slotbepalingen

Artikel 4.17

Het college van burgemeester en wethouders kan een bestuurlijke boete van ten hoogste € 325,– opleggen:

  1. ter zake van overtreding van de artikelen 2.38, 2.39, 2.40, vijfde lid, 2.43 tot en met 2.47, 2.50, 2.51 en 2.52;

  2. aan degene met een woonadres in de gemeente die bewust toelaat dat een andere persoon met datzelfde woonadres is ingeschreven, terwijl hij weet dat dit onjuist is.

Artikel 4.18

De termijn, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Archiefwet 1995, vangt aan:

  1. bij degene die op de dag van zijn overlijden ingezetene of ingezetene van een openbaar lichaam is, op die dag; en

  2. bij degene die op de dag vallende honderd jaar na de geboorte niet-ingezetene is, op die dag.

Artikel 4.19

De Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt ingetrokken.

Artikel 4.20

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 4.21

Deze wet wordt aangehaald als: Wet basisregistratie personen.

← terug naar Wet basisregistratie personen