-
In de basisregistratie worden over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens opgenomen:
algemene gegevens:
- 1°
gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht, de ouders, het huwelijk, dan wel geregistreerd partnerschap en eerdere huwelijken of eerder geregistreerde partnerschappen, de echtgenoot dan wel geregistreerd partner en eerdere echtgenoten of geregistreerde partners, de kinderen en het overlijden;
- 2°
gegevens over kinderen die op het moment van de geboorte niet meer in leven zijn of omtrent wie een akte in Nederland is opgemaakt die vermeldt dat het kind op het ogenblik van de aangifte niet in leven is, dan wel die zijn overleden zonder zelf ingeschrevene te zijn;
- 3°
gegevens over curatele;
- 4°
gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend;
- 5°
gegevens over de nationaliteit, met dien verstande dat geen gegevens over een vreemde nationaliteit worden opgenomen naast gegevens over het Nederlanderschap of het feit dat de betrokkene als Nederlander wordt behandeld;
- 6°
gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling;
- 7°
gegevens over de bijhoudingsgemeente en het adres in die gemeente, alsmede over het verblijf in Nederland en het vorige verblijf buiten Nederland en over het vertrek uit Nederland en het volgende verblijf buiten Nederland;
- 8°
gegevens over het burgerservicenummer van de ingeschrevene;
- 9°
gegevens over de burgerservicenummers van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen;
- 10°
gegevens over het gebruik door de ingeschrevene van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner;
- 11°
gegevens, noodzakelijk in verband met de uitvoering van de Kieswet;
- 12°
gegevens, noodzakelijk in verband met de uitvoering van de Paspoortwet.
- 1°
administratieve gegevens:
- 1°
gegevens in verband met de inschrijving en de wijziging van de bijhoudingsgemeente;
- 2°
gegevens ter aanduiding van akten en andere geschriften waaruit algemene gegevens zijn verkregen, dan wel van de rechtsgrond krachtens welke gegevens over het Nederlanderschap zijn opgenomen;
- 3°
gegevens ter aanduiding van de onjuistheid van een opgenomen algemeen gegeven of van strijd met de Nederlandse openbare orde van een opgenomen gegeven over de burgerlijke staat dan wel over een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede andere gegevens, noodzakelijk in verband met de bijhouding van de basisregistratie;
- 4°
gegevens over de beperking van de verstrekking van gegevens aan derden.
- 1°
-
De algemene en administratieve gegevens worden nader bepaald bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
-
Een algemeen gegeven dat is opgenomen, blijft opgenomen, behoudens het bepaalde in artikel 2.57 en behoudens de gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdelen 11° en 12°.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden de verwijdering en de vernietiging van de algemene gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder a, onderdelen 11° en 12°, en de administratieve gegevens, bedoeld in het eerste lid, onder b, geregeld.
Wet basisregistratie personen Actueel
Inhoud
§ 3
Artikel 2.8
-
De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich in Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a en bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b:
een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de burgerlijke stand in Nederland;
een door de ambtenaar van de burgerlijke stand opgemaakte akte, een besluit, een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke uitspraak of een notariële akte, over het desbetreffende feit.
-
De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:
een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;
een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;
een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;
een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;
een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.
-
De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich in Nederland hebben voorgedaan en waarvan een in Nederland geaccrediteerde consulaire ambtenaar van een ander land bevoegd een akte heeft opgemaakt die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, ontleend aan die akte.
Artikel 2.8a
-
Bij een verzoek op grond van artikel 2.56a worden de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, indien het feit zich in Nederland heeft voorgedaan, ontleend aan een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in het overlijdensregister van de Nederlandse burgerlijke stand.
-
Bij een verzoek op grond van artikel 2.56a worden de gegevens over het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, dat op het moment van de geboorte niet meer in leven is, indien het feit zich buiten Nederland heeft voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder c en bij gebreke ook hiervan aan een verklaring als bedoeld onder d, aangevuld met een geschrift als bedoeld onder d:
een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in het overlijdensregister van de Nederlandse burgerlijke stand;
een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit;
een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;
een verklaring over het desbetreffende feit die de verzoeker ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door de verzoeker is ondertekend, zo mogelijk aangevuld met een schriftelijke verklaring van een arts of verloskundige over het feit.
-
Indien op de akte of het geschrift, bedoeld in het eerste of tweede lid, de gegevens met betrekking tot de naam van het kind, bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, onder a, onderdeel 2°, ontbreken, worden deze gegevens ontleend aan de opgave van de ouder die om de opneming van die gegevens in de basisregistratie verzoekt.
Artikel 2.9
-
Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, dan wel artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend over het huwelijk dat is gesloten tussen echtgenoten van wie er ten minste één vreemdeling is, dan nadat de echtgenoten een verklaring hebben afgelegd dat hun huwelijk niet is aangegaan met het oogmerk om verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen.
-
De verklaring is niet vereist indien:
sedert de voltrekking van het huwelijk ten minste tien jaren zijn verstreken of het huwelijk inmiddels is geëindigd,
de gegevens ambtshalve worden opgenomen, of
de vreemdeling rechtmatig in Nederland verblijft als bedoeld in artikel 8, onder b, d of e, van de Vreemdelingenwet 2000.
-
Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van een geregistreerd partnerschap.
Artikel 2.10
-
Indien aannemelijk is dat omtrent een gegeven over de familierechtelijke betrekkingen tot de ouders of de kinderen, over het huwelijk en de eerdere huwelijken, over de echtgenoot en de eerdere echtgenoten, over het geregistreerd partnerschap en de eerdere geregistreerde partnerschappen of over de geregistreerde partner en de eerdere geregistreerde partners een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c of d, kan worden verschaft, mogen deze gegevens niet worden ontleend aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder e.
-
Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder c, d of e, alsmede artikel 2.8, derde lid, worden geen gegevens ontleend, voor zover de Nederlandse openbare orde zich verzet tegen de erkenning van de rechtsgeldigheid van de in deze geschriften vermelde feiten.
-
Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder d en e, worden geen gegevens ontleend, indien aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.
-
Aan een geschrift als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, onder e, worden geen gegevens ontleend, dan nadat de gegevens voor zover mogelijk zijn geverifieerd door raadpleging van de basisregistratie en zo nodig van andere registers of van geschriften die door de betrokkene zijn overgelegd.
Artikel 2.11
-
Op de persoonslijst van een persoon worden geen gegevens over zijn kind opgenomen indien het kind ten tijde van de inschrijving van de persoon reeds is overleden en het kind zelf geen ingeschrevene is.
-
Het eerste lid is niet van toepassing op de persoon die een verzoek doet als bedoeld in artikel 2.56a, eerste lid.
Artikel 2.12
-
Bij gerede twijfel over de toepassing van artikel 2.8, tweede en derde lid, en artikel 2.10, eerste en tweede lid, wordt advies ingewonnen van de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente.
-
Indien na het advies, bedoeld in het eerste lid, gerede twijfel blijft bestaan of het voornemen bestaat van het advies af te wijken, wordt het advies van de Commissie van advies voor de zaken betreffende de burgerlijke staat en de nationaliteit ingewonnen.
Artikel 2.13
-
De gegevens over curatele worden ontleend aan het curatele- en bewindregister.
-
De gegevens over het gezag dat over de minderjarige wordt uitgeoefend, worden ontleend aan het gezagsregister.
Artikel 2.14
-
Gegevens over het Nederlanderschap worden opgenomen met toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap, van andere op het Nederlanderschap betrekking hebbende wettelijke bepalingen en van verdragen waaruit het Nederlanderschap voortvloeit.
-
Indien omtrent een ingeschrevene akten als bedoeld in artikel 22, eerste lid, onder b, c en d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap zijn opgenomen in het in dat lid bedoelde register, wordt aan deze akten het gegeven over het Nederlanderschap ontleend. Indien omtrent een ingeschrevene een afschrift wordt overgelegd van de in de eerste volzin bedoelde akten uit het register, bedoeld in artikel 22, tweede lid, van de genoemde wet, wordt het gegeven over het Nederlanderschap aan dit afschrift ontleend.
-
Een gegeven over het Nederlanderschap wordt ontleend aan de bevestiging van de verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap of het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap, waarvan de uitreiking of bekendmaking op andere wijze heeft plaatsgevonden in de gemeente waar de betrokkene is ingeschreven, onderscheidenlijk aan de door de betrokkene in die gemeente afgelegde verklaring van afstand van het Nederlanderschap, dan wel aan de mededeling van de burgemeester van een andere gemeente omtrent de verkrijging, de verlening of de afstand van het Nederlanderschap die betrekking heeft op de ingeschrevene, indien de uitreiking of bekendmaking van de bevestiging van de verklaring tot verkrijging van het Nederlanderschap of van het uittreksel van het besluit tot verlening van het Nederlanderschap op andere wijze, heeft plaatsgevonden, onderscheidenlijk de verklaring van afstand is afgelegd, in een andere gemeente dan de gemeente waar de betrokkene is ingeschreven. Voor zover het in deze gevallen gaat om verkrijging of verlening van het Nederlanderschap wordt daarbij afgeweken van het tweede lid.
-
In de gevallen bedoeld in artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, worden de gegevens over het Nederlanderschap ontleend aan een afschrift van een in kracht van gewijsde gegane uitspraak van een rechterlijke instantie in Nederland.
-
Indien een afschrift wordt overgelegd van een uitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba krachtens artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap, worden de gegevens over het Nederlanderschap aan dit afschrift ontleend.
-
Gegevens over de behandeling als Nederlander van een persoon die niet het Nederlanderschap bezit, worden opgenomen met toepassing van de Wet betreffende de positie van Molukkers.
Artikel 2.15
-
Gegevens over een vreemde nationaliteit worden ontleend aan een beschikking of uitspraak van een daartoe volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde administratieve of rechterlijke instantie, die tot doel heeft tot bewijs te dienen van de betreffende nationaliteit, dan wel opgenomen met toepassing van het betreffende nationaliteitsrecht.
-
Indien gegevens over een vreemde nationaliteit niet overeenkomstig het eerste lid kunnen worden verkregen, kunnen deze gegevens worden ontleend aan een geschrift van een volgens het ter plaatse geldend recht bevoegde autoriteit, dat gegevens vermeldt over die nationaliteit.
-
Indien de nationaliteit niet kan worden vastgesteld, wordt dit gegeven opgenomen. Indien een rechterlijke uitspraak op grond van artikel 17 van de Rijkswet op het Nederlanderschap is gedaan, waarbij is vastgesteld dat de betrokkene niet de Nederlandse nationaliteit bezit, wordt daarvan melding gemaakt.
-
Het gegeven dat betrokkene geen nationaliteit bezit wordt ontleend aan een beschikking als bedoeld in artikel 4 van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid of opgenomen met toepassing van artikel 5 van die wet.
Artikel 2.16
Gegevens in verband met het verblijfsrecht van de vreemdeling worden ontleend aan mededelingen daarover van Onze Minister van Justitie en Veiligheid aan het college van burgemeester en wethouders.
Artikel 2.17
Bij de inschrijving van een vreemdeling op grond van artikel 2.4, worden gegevens inzake de geboortedatum en de nationaliteit die niet als zodanig kunnen worden opgenomen overeenkomstig de artikelen 2.8 en 2.15, eerste tot en met derde lid, ontleend aan een mededeling daarover van Onze Minister van Justitie en Veiligheid voor zover deze gegevens door hem zijn vastgesteld in het kader van de toelating van de betrokkene tot Nederland.
Artikel 2.18
Bij de inschrijving op grond van artikel 2.3 worden de gegevens omtrent het adres ontleend aan de persoonslijst van de moeder uit wie het kind is geboren. Als datum van inschrijving wordt de geboortedatum opgenomen.
Artikel 2.19
-
Aan de aangifte van verblijf en adres van degene die rechtmatig verblijf geniet, naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd in Nederland verblijf zal houden en die zijn adres heeft in de betrokken gemeente, worden gegevens betreffende het verblijf in Nederland, het adres en het vorige verblijf buiten Nederland ontleend.
-
Indien aannemelijk is dat een gegeven betreffende het vorige verblijf buiten Nederland onjuist is, wordt dit gegeven niet opgenomen.
-
Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid in gebreke is met het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het verblijf, het adres en het vorige verblijf buiten Nederland. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de betrokkene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.
-
Als datum van aanvang van het verblijf in Nederland en van vestiging van het adres in de gemeente wordt de dag opgenomen waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het verblijf en adres aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan.
-
De gegevens worden niet opgenomen dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.
-
Indien de betrokkene komt vanuit Aruba, Curaçao, Sint Maarten, of een van de openbare lichamen, is artikel 2.5 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.20
-
Aan de aangifte van een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, worden gegevens betreffende het adres ontleend, tenzij aannemelijk is dat de gegevens onjuist zijn.
-
Indien een ingezetene die zijn adres heeft gewijzigd, in gebreke is met het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar betrokkene zijn adres heeft, ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het adres. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de betrokkene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.
-
Als datum van adreswijziging wordt opgenomen:
de in de aangifte vermelde datum van adreswijziging, als tijdig aangifte is gedaan;
de dag waarop de aangifte is ontvangen, in de overige gevallen waarin de gegevens aan de aangifte van de betrokkene worden ontleend;
de dag waarop van het voornemen tot opneming aan betrokkene schriftelijk mededeling is gedaan, bij ambtshalve opneming van de gegevens.
-
De gewijzigde gegevens worden niet opgenomen dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.
Artikel 2.21
-
Aan de aangifte van vertrek van de ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derde van de tijd buiten Nederland zal verblijven, worden gegevens betreffende het vertrek uit Nederland en het volgende verblijf buiten Nederland ontleend.
-
Indien de ingezetene in gebreke is met het doen van aangifte, draagt het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente ambtshalve zorg voor opneming van gegevens betreffende het vertrek en het volgende verblijf buiten Nederland. Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de gegevens alsnog aan de aangifte van de ingezetene te ontlenen, indien de aangifte na afloop van de aangiftetermijn geschiedt.
-
Als datum van vertrek uit Nederland en van opheffing van het adres wordt de dag opgenomen waarop de aangifte is ontvangen, dan wel de dag waarop van het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het vertrek aan de ingeschrevene schriftelijk mededeling is gedaan.
-
De gegevens worden niet opgenomen dan nadat de identiteit van de betrokkene deugdelijk is vastgesteld.
-
Indien de ingezetene in de aangifte van vertrek meldt te gaan verblijven in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of een van de openbare lichamen, verstrekt het college van burgemeester en wethouders aan hem kosteloos een verhuisbericht, volgens een door Onze Minister vast te stellen model.
Artikel 2.22
-
Indien een ingezetene niet kan worden bereikt, van hem geen aangifte van wijziging van zijn adres of van vertrek is ontvangen als bedoeld in artikel 2.20, eerste lid, of 2.21, eerste lid, en na gedegen onderzoek geen gegevens over hem kunnen worden achterhaald betreffende het verblijf in Nederland, het vertrek uit Nederland noch het volgende verblijf buiten Nederland, draagt het college van burgemeester en wethouders van de bijhoudingsgemeente ambtshalve zorg voor de opneming van het gegeven van het vertrek van de ingezetene uit Nederland.
-
Als datum van vertrek uit Nederland en van opheffing van het adres wordt de dag opgenomen waarop het voornemen tot ambtshalve opneming van gegevens over het vertrek is bekendgemaakt.
Artikel 2.23
-
Indien het woonadres ontbreekt dan wel artikel 2.40 of artikel 2.41 van toepassing is, wordt op aangifte een briefadres opgenomen.
-
Het college van burgemeester en wethouders neemt ambtshalve een briefadres op indien het woonadres ontbreekt en geen aangifte wordt gedaan van een briefadres.
-
Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt als briefadres opgenomen met instemming van een briefadresgever als bedoeld in artikel 2.42 diens adres of, indien geen instemming van een briefadresgever wordt verkregen, een adres van de gemeente.
Artikel 2.24
-
Het burgerservicenummer dat aan een persoon is toegekend overeenkomstig artikel 8 van de Wet algemene bepalingen burgerservicenummer wordt opgenomen op zijn persoonslijst, voordat over de betrokken persoon voor de eerste keer gegevens worden verstrekt.
-
De gegevens over het burgerservicenummer van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen worden ontleend aan de desbetreffende persoonslijsten.
Artikel 2.25
De gegevens over het gebruik van de geslachtsnaam van de echtgenoot, de eerdere echtgenoot, de geregistreerde partner of de eerdere geregistreerde partner worden opgenomen op schriftelijk verzoek van de daartoe krachtens artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek bevoegde ingeschrevene, dan wel op grond van een rechterlijke uitspraak als bedoeld in artikel 9 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Artikel 2.26
Omtrent de beslissing dat een opgenomen algemeen gegeven onjuist is of, indien het een gegeven over de burgerlijke staat betreft, in strijd is met de Nederlandse openbare orde, omtrent een onderzoek naar die onjuistheid of strijdigheid, alsmede omtrent de omstandigheid dat de ingeschrevene geen ingezetene meer is, wordt een aantekening geplaatst bij de desbetreffende gegevens.