-
Het college van burgemeester en wethouders is ten behoeve van de uitvoering van deze wet tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het persoonsregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde verwerking van persoonsgegevens. Daarbij kan worden bepaald dat het persoonsregister op een andere wijze dan in de vorm van persoonskaarten, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding, kan worden aangehouden en kan de vernietiging van de persoonskaarten worden geregeld.
-
Uit het persoonsregister worden geen andere gegevens verstrekt dan:
gegevens als bedoeld in artikel 2.7;
gegevens uit vak 23 van de persoonskaart.
-
Op de verstrekking, bedoeld in het derde lid, is hoofdstuk 3, met uitzondering van de artikelen 3.1 tot en met 3.3, van overeenkomstige toepassing.
-
De artikelen 2.53, eerste lid, 2.55 en 2.57 tot en met 2.61 zijn van overeenkomstige toepassing.
Wet basisregistratie personen Actueel
Inhoud
Afdeling 2
Artikel 4.5
-
Onze Minister is ten behoeve van de uitvoering van deze wet tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het persoonskaartenarchief en het schakelregister, bedoeld in het Besluit bevolkingsboekhouding.
-
Onze Minister kan de verantwoordelijkheid voor de verwerking, bedoeld in het eerste lid, overdragen aan het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. De overdracht geschiedt slechts na instemming van dat college.
-
Ten aanzien van het persoonskaartenarchief is artikel 4.4, tweede tot en met vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
-
Ten aanzien van het schakelregister is artikel 4.4, tweede, vierde en vijfde lid, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.6
Onze Minister, of het in artikel 4.5, tweede lid, bedoelde college van burgemeester en wethouders, verstrekt op verzoek van het college dat een persoon inschrijft van wie in het persoonskaartenarchief een persoonskaart is opgenomen, de gegevens die zijn vermeld op de desbetreffende persoonskaart. Deze gegevens blijven berusten bij het college waaraan ze zijn verstrekt, waarbij artikel 4.4 van overeenkomstige toepassing is.
Artikel 4.7
-
Er is een centraal archief van overledenen, bestaande uit de persoonskaarten, bedoeld in artikel 69, tweede lid, van het Besluit bevolkingsboekhouding.
-
Onze Minister is verantwoordelijk voor de verwerking van persoonsgegevens in het centraal archief van overledenen, bedoeld in het eerste lid. Hij treft een regeling ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
Artikel 4.8
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent heffingen in verband met de verstrekking van gegevens uit de hierna genoemde registraties, voor zover Onze Minister verantwoordelijk is voor de verwerking van persoonsgegevens in deze registraties:
het persoonskaartenarchief;
het schakelregister;
het centraal archief van overledenen.
-
Op grond van de in het eerste lid bedoelde regels kunnen uitsluitend heffingen ingesteld worden in verband met de verstrekking van gegevens aan derden, anders dan de verstrekking overeenkomstig artikel 3.3, en in verband met de verstrekking aan de betrokkene van hem betreffende gegevens.
Artikel 4.9
-
Naast de in artikel 2.7 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 1, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:
het administratienummer van de ingeschrevene;
de administratienummers van de ouders, de echtgenoot, de eerdere echtgenoten, de geregistreerde partner, de eerdere geregistreerde partners en de kinderen;
de data waarop de onder a en b bedoelde nummers van kracht zijn geworden of beëindigd.
-
Naast de in artikel 2.69 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij koninklijk besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:
het administratienummer van de ingeschrevene;
de datum waarop het nummer van kracht is geworden of beëindigd.
-
Naast de in artikel 2.84 bedoelde algemene gegevens worden tot een bij Koninklijk Besluit te bepalen datum over de op grond van hoofdstuk 2, afdeling 3, paragraaf 2 ingeschreven personen de volgende algemene gegevens opgenomen:
het administratienummer van de ingeschrevene;
de datum waarop het nummer van kracht is geworden of beëindigd.
-
Tot de laatste van de in de aanhef van het eerste en tweede lid bedoelde data blijft artikel 50 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van deze wet, van toepassing. Tot dat moment wordt aan een niet-ingezetene die wordt ingeschreven in de basisregistratie een administratienummer toegekend. Daarbij is het hiervoor bedoelde artikel 50, eerste, tweede, derde en zesde lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het nummer wordt toegekend door Onze Minister. Onze Minister neemt de gegevens, bedoeld in het tweede lid, op in de basisregistratie.
-
Een overheidsorgaan kan tot de in het vierde lid bedoelde datum bij het verwerken van persoonsgegevens in het kader van de uitvoering van zijn taak gebruikmaken van het administratienummer.
-
Een derde kan tot de in het vierde lid bedoelde datum bij het verwerken van persoonsgegevens gebruikmaken van het administratienummer voor zover dit noodzakelijk is in verband met de juiste verstrekking aan hem van gegevens uit de basisregistratie.
-
Na de in het vierde lid bedoelde datum wordt het administratienummer niet meer gebruikt.
Artikel 4.10
-
Een besluit als bedoeld in artikel 91, eerste lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geldt na de inwerkingtreding van deze wet als een besluit als bedoeld in artikel 3.2.
-
Een besluit als bedoeld in artikel 99, zevende lid, van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geldt na de inwerkingtreding van deze wet als een besluit als bedoeld in artikel 3.3.
Artikel 4.11
Een persoonslijst als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens geldt na de inwerkingtreding van deze wet als een persoonslijst als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel c, van deze wet.
Artikel 4.12
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het verwijderen en vernietigen van gegevens over een vreemde nationaliteit naast gegevens over het Nederlanderschap of het feit dat de betrokkene als Nederlander wordt behandeld. Daarbij kan worden afgeweken van de artikelen 2.7 en 2.69.
Artikel 4.13
-
Dit artikel is van toepassing op gevallen als bedoeld in artikel 2.1, derde lid, met uitzondering van het geval dat de betrokkene op het moment van zijn overlijden ingezetene was.
-
De voormalige bijhoudingsgemeente doet aan Onze Minister een opgave van de gegevens die in de basisregistratie moeten worden opgenomen.
-
Onze Minister neemt de gegevens op door deze te ontlenen aan de in het tweede lid bedoelde opgave.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop een opgave wordt gedaan en de informatie die daarbij wordt overgelegd.
-
Dit artikel is van toepassing tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Artikel 4.14
Artikel 4.15
-
Een college van burgemeester en wethouders geeft uitvoering aan deze wet met behulp van de gemeentelijke voorziening waarmee uitvoering werd gegeven aan de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (de oude gemeentelijke voorziening) of met de gemeentelijke voorziening die is toegesneden op de basisregistratie personen (de nieuwe gemeentelijke voorziening).
-
De overgang van gemeenten van de oude naar de nieuwe voorzieningen geschiedt per gemeente of groep van gemeenten.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld in verband met de overgang, waaronder regels omtrent het tijdstip van de overgang. Bij deze regels kan worden afgeweken van de hoofdstukken 2 en 3 van deze wet, voor zover het betreft:
de conversie van gegevens, indien een gemeente met een oude voorziening de bijhoudingsgemeente wordt;
het doen van verzoeken als bedoeld in artikel 2.53 aan een ander dan de bijhoudingsgemeente;
het doen van een verzoek als bedoeld in artikel 2.59;
het verstrekken van gegevens op grond van de artikelen 3.5 en 3.6 over personen waarvoor de gemeente niet de bijhoudingsgemeente is;
het doen van verzoeken als bedoeld in artikel 3.19 aan een ander dan de bijhoudingsgemeente, en
overige aspecten inzake de bijhouding en verstrekking van gegevens, voor zover de afwijking noodzakelijk is in verband met een goede bijhouding en verstrekking van de gegevens in de basisregistratie gedurende de overgang van de oude naar de nieuwe voorzieningen.
Artikel 4.16
-
Een overheidsorgaan waaraan of een derde aan wie systematisch gegevens worden verstrekt wisselt berichten uit met de centrale voorzieningen op de wijze waarop de berichtuitwisseling plaats vond onder de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (de oude berichtuitwisseling) of op de wijze die is toegesneden op de basisregistratie personen (de nieuwe berichtuitwisseling).
-
De overgang van de in het eerste lid bedoelde overheidsorganen of derden van de oude naar de nieuwe berichtuitwisseling geschiedt per overheidsorgaan of derde, of per groep van organen of derden. De overgang kan betrekking hebben op delen van de organisatie van het overheidsorgaan of de derde en op verschillende wijzen van systematische verstrekking.
-
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld in verband met de overgang, waaronder regels omtrent het tijdstip van de overgang.